BWBR0035900
Geldig vanaf 2014-12-12
Artikel 4.3
Vrijstellingsregeling Besluit luchtverkeer 2014
Bij het toepassen van de uitzondering op de minimum vlieghoogtes voor de in artikel 19, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit luchtverkeer 2014genoemde vluchten worden de volgende regels in acht genomen:
a. vluchten zijn niet toegestaan boven wegen, tram-, spoor- en waterwegen, voor zover er verkeer is op deze wegen;
b. vluchten zijn niet toegestaan boven terreinen grenzend aan de onder a. genoemde wegen, voor zover er verkeer is op deze wegen en de koers van het luchtvaartuig de rijrichting van het verkeer kruist of wanneer door de heersende windrichting de in artikel 19, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit luchtverkeer 2014 bedoelde stoffen in de richting van het verkeer worden verplaatst;
c. vluchten zijn niet toegestaan boven en onder hoogspanningslijnen en binnen een gebied van vijftien meter ter weerszijden van deze hoogspanningslijnen.
a. vluchten zijn niet toegestaan boven wegen, tram-, spoor- en waterwegen, voor zover er verkeer is op deze wegen;
b. vluchten zijn niet toegestaan boven terreinen grenzend aan de onder a. genoemde wegen, voor zover er verkeer is op deze wegen en de koers van het luchtvaartuig de rijrichting van het verkeer kruist of wanneer door de heersende windrichting de in artikel 19, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit luchtverkeer 2014 bedoelde stoffen in de richting van het verkeer worden verplaatst;
c. vluchten zijn niet toegestaan boven en onder hoogspanningslijnen en binnen een gebied van vijftien meter ter weerszijden van deze hoogspanningslijnen.