BWBR0035884
Geldig vanaf 2014-12-10
Artikel 3
Regeling instelling Toezichtcomité ESF2 en ESF 2014-2020
1. Het Toezichtcomité bestaat uit de volgende leden:
a. drie leden, benoemd door de Minister, waaronder de voorzitter;
b. een lid, benoemd door de Minister, op voordracht van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
c. een lid, benoemd door de Minister, op voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
d. een lid, benoemd door de Minister, op voordracht van de Minister van Economische Zaken;
e. een lid, benoemd door de Minister, op voordacht van de Vereniging voor Nederlandse Gemeenten;
f. twee leden, benoemd door de Minister, op voordracht van de in de Stichting van de Arbeid vertegenwoordigde organisaties van werkgevers;
g. twee leden, benoemd door de Minister, op voordracht van de in de Stichting van de Arbeid vertegenwoordigde organisaties van werknemers;
h. een lid, benoemd door de Minister, op voordracht van het College voor de Rechten van de Mens.
2. De leden van het Toezichtcomité kunnen zich ter vergadering laten bijstaan door een of meer adviseurs.
3. Voor ieder lid kan de Minister een plaatsvervanger benoemen, voor zover van toepassing op voordracht van de instantie die het te vervangen lid heeft voorgedragen.
4. Op eigen initiatief of op verzoek van het Toezichtcomité neemt een vertegenwoordiger van de Europese Commissie met raadgevende stem zitting in het Toezichtcomité.
5. Het secretariaat van het Toezichtcomité berust bij het Ministerie.
a. drie leden, benoemd door de Minister, waaronder de voorzitter;
b. een lid, benoemd door de Minister, op voordracht van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
c. een lid, benoemd door de Minister, op voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
d. een lid, benoemd door de Minister, op voordracht van de Minister van Economische Zaken;
e. een lid, benoemd door de Minister, op voordacht van de Vereniging voor Nederlandse Gemeenten;
f. twee leden, benoemd door de Minister, op voordracht van de in de Stichting van de Arbeid vertegenwoordigde organisaties van werkgevers;
g. twee leden, benoemd door de Minister, op voordracht van de in de Stichting van de Arbeid vertegenwoordigde organisaties van werknemers;
h. een lid, benoemd door de Minister, op voordracht van het College voor de Rechten van de Mens.
2. De leden van het Toezichtcomité kunnen zich ter vergadering laten bijstaan door een of meer adviseurs.
3. Voor ieder lid kan de Minister een plaatsvervanger benoemen, voor zover van toepassing op voordracht van de instantie die het te vervangen lid heeft voorgedragen.
4. Op eigen initiatief of op verzoek van het Toezichtcomité neemt een vertegenwoordiger van de Europese Commissie met raadgevende stem zitting in het Toezichtcomité.
5. Het secretariaat van het Toezichtcomité berust bij het Ministerie.