BWBR0035839
Geldig vanaf 2015-01-01
Artikel 2.2
Besluit hernieuwbare energie vervoer 2015
1. Een ambtshalve inschatting als bedoeld in artikel 9.7.2.4, eerste of tweede lid, van de wet, wordt gemaakt op basis van een redelijke inschatting, waarbij het bestuur van de emissieautoriteit zich in ieder geval baseert op de gegevens van de rijksbelastingdienst over de hoeveelheid benzine, diesel, vloeibare biobrandstof of vloeibare hernieuwbare brandstof die is vermeld in de aangifte, bedoeld in artikel 53 van de Wet op de accijns.
2. Voor de toepassing van artikel 9.7.2.4 van de wetwordt een hoeveelheid benzine, diesel, vloeibare biobrandstof of vloeibare hernieuwbare brandstof, die is uitgeslagen tot verbruik als bedoeld in de Wet op de accijns aangemerkt als geleverd aan wegvoertuigen of spoorvoertuigen in Nederland, tenzij de leverancier tot eindverbruik aantoont dat die hoeveelheid is uitgeslagen tot verbruik voor andere doeleinden.
2. Voor de toepassing van artikel 9.7.2.4 van de wetwordt een hoeveelheid benzine, diesel, vloeibare biobrandstof of vloeibare hernieuwbare brandstof, die is uitgeslagen tot verbruik als bedoeld in de Wet op de accijns aangemerkt als geleverd aan wegvoertuigen of spoorvoertuigen in Nederland, tenzij de leverancier tot eindverbruik aantoont dat die hoeveelheid is uitgeslagen tot verbruik voor andere doeleinden.