BWBR0035787
Geldig vanaf 2014-12-04
Artikel 12
Regeling maatregelen regio’s bestrijding vogelgriep 2014
1. Het in gebruik hebben van vervoermiddelen voor het vervoer van dieren of producten waarvan het vervoer overeenkomstig de artikelen 3, tweede tot en met vierde lid, 4, tweede lid, 5, tweede en derde lid, 6, tweede lid, 7, tweede lid, 8, tweede liden 9, derde en vierde lid, is toegestaan, is verboden.
2. In afwijking van het eerste lid is het in gebruik hebben van vervoermiddelen binnen een regio toegestaan indien de vervoermiddelen overeenkomstig het derde lid voorzien zijn van een door de Dienst Wegverkeer, bedoeld in artikel 4a van de Wegenverkeerswet 1994, te verstrekken gebiedssticker als bedoeld in bijlage 5.
3. Voor het vervoer binnen regio A als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, wordt de gebiedssticker gebruikt die is opgenomen in bijlage 5met de letter A.
4. In afwijking van het tweede en derde lid is het toegestaan dat een vervoermiddel dat gebruikt wordt voor het vervoer, bedoeld in de artikelen 3, vierde lidof 9, vierde lid, niet voorzien is van de gebiedssticker, bedoeld in het derde lid, indien:
a. voldaan wordt aan de voorwaarden voor het vervoer, bedoeld in de artikelen 3, vierde lid en 9, vierde lid, en
b. het vervoermiddel is voorzien van een gebiedssticker overeenkomstig artikel 17i, tweede en derde lid.
5. Het is uitsluitend toegestaan een vervoermiddel te voorzien van een gebiedssticker, anders dan de gebiedssticker, bedoeld in het derde lid indien:
a. het vervoermiddel voorafgaand aan het omstickeren ten minste 24 uur stil heeft gestaan;
b. is gereinigd en ontsmet overeenkomstig een goedgekeurd hygiëneprotocol.
6. Onder gebruik als bedoeld in het eerste lid wordt in elk geval verstaan:
a. het transporteren, het laden en het lossen van dieren of producten als bedoeld in het eerste lid;
b. het aanrijden en afrijden van locaties waar dieren of producten als bedoeld in het eerste lid gebruikelijk geladen of gelost worden;
c. het stilstaan of geparkeerd zijn op of nabij locaties waar dieren of producten als bedoeld in het eerste lid gebruikelijk geladen of gelost worden.
2. In afwijking van het eerste lid is het in gebruik hebben van vervoermiddelen binnen een regio toegestaan indien de vervoermiddelen overeenkomstig het derde lid voorzien zijn van een door de Dienst Wegverkeer, bedoeld in artikel 4a van de Wegenverkeerswet 1994, te verstrekken gebiedssticker als bedoeld in bijlage 5.
3. Voor het vervoer binnen regio A als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, wordt de gebiedssticker gebruikt die is opgenomen in bijlage 5met de letter A.
4. In afwijking van het tweede en derde lid is het toegestaan dat een vervoermiddel dat gebruikt wordt voor het vervoer, bedoeld in de artikelen 3, vierde lidof 9, vierde lid, niet voorzien is van de gebiedssticker, bedoeld in het derde lid, indien:
a. voldaan wordt aan de voorwaarden voor het vervoer, bedoeld in de artikelen 3, vierde lid en 9, vierde lid, en
b. het vervoermiddel is voorzien van een gebiedssticker overeenkomstig artikel 17i, tweede en derde lid.
5. Het is uitsluitend toegestaan een vervoermiddel te voorzien van een gebiedssticker, anders dan de gebiedssticker, bedoeld in het derde lid indien:
a. het vervoermiddel voorafgaand aan het omstickeren ten minste 24 uur stil heeft gestaan;
b. is gereinigd en ontsmet overeenkomstig een goedgekeurd hygiëneprotocol.
6. Onder gebruik als bedoeld in het eerste lid wordt in elk geval verstaan:
a. het transporteren, het laden en het lossen van dieren of producten als bedoeld in het eerste lid;
b. het aanrijden en afrijden van locaties waar dieren of producten als bedoeld in het eerste lid gebruikelijk geladen of gelost worden;
c. het stilstaan of geparkeerd zijn op of nabij locaties waar dieren of producten als bedoeld in het eerste lid gebruikelijk geladen of gelost worden.