BWBR0035770
Geldig vanaf 2014-11-18
Artikel 3
Regeling maatregelen bestrijding vogelgriep 2014
1. Het vervoer van gevogelte, karkassen van gevogelte of eieren over de openbare weg, met inbegrip van verplaatsing zonder vervoermiddel, is verboden.
2. In afwijking van het eerste lid is het vervoer van gevogelte of eieren toegestaan indien het vervoer over de autosnelweg of per spoor betreft zonder dat daarbij in het gebied wordt gestopt.
3. In afwijking van het eerste lid is het vervoer van gevogelte ten behoeve van de slacht toegestaan, indien:
a. de dieren rechtstreeks naar een door de minister aangewezen slachthuis wordt vervoerd,
b. het vervoer geschiedt overeenkomstig een goedgekeurd hygiëneprotocol, en
c. voldaan wordt aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 23, eerste lid, van Richtlijn 2005/94/EG.
4. In afwijking van het eerste lid, is het vervoer van legrijp pluimvee toegestaan, indien:
a. de dieren rechtstreeks worden vervoerd naar een bedrijf,
b. het vervoer geschiedt overeenkomstig een goedgekeurd hygiëneprotocol, en
c. voldaan wordt aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 25 van Richtlijn 2005/94/EG.
5. In afwijking van het eerste lid, is het vervoer van karkassen van gevogelte toegestaan, indien dit vervoer plaatsvindt overeenkomstig artikel 27 van Richtlijn 2005/94.
6. In afwijking van het eerste lid, is het vervoer van eieren toegestaan, indien:
a. de eieren rechtstreeks worden vervoerd naar een inrichting als bedoeld in artikel 26, tweede lid, van Richtlijn 2005/94/EG, en
b. het vervoer geschiedt overeenkomstig een goedgekeurd hygiëneprotocol.
7. In afwijking van het eerste lid, is het vervoer van eieren voorts toegestaan, indien het betreft het vervoer van consumptie-eieren van een inrichting als bedoeld in het zesde lid al dan niet via distributiecentra naar verkooppunten en vanaf verkooppunten.
8. Het aanvoeren van gevogelte op een bedrijf en het afvoeren van gevogelte van een bedrijf is verboden.
9. In afwijking van het achtste lid is de aanvoer en afvoer van gevogelte toegestaan, indien het vervoer van gevogelte op grond van het tweede tot en met vierde lid is toegestaan.
2. In afwijking van het eerste lid is het vervoer van gevogelte of eieren toegestaan indien het vervoer over de autosnelweg of per spoor betreft zonder dat daarbij in het gebied wordt gestopt.
3. In afwijking van het eerste lid is het vervoer van gevogelte ten behoeve van de slacht toegestaan, indien:
a. de dieren rechtstreeks naar een door de minister aangewezen slachthuis wordt vervoerd,
b. het vervoer geschiedt overeenkomstig een goedgekeurd hygiëneprotocol, en
c. voldaan wordt aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 23, eerste lid, van Richtlijn 2005/94/EG.
4. In afwijking van het eerste lid, is het vervoer van legrijp pluimvee toegestaan, indien:
a. de dieren rechtstreeks worden vervoerd naar een bedrijf,
b. het vervoer geschiedt overeenkomstig een goedgekeurd hygiëneprotocol, en
c. voldaan wordt aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 25 van Richtlijn 2005/94/EG.
5. In afwijking van het eerste lid, is het vervoer van karkassen van gevogelte toegestaan, indien dit vervoer plaatsvindt overeenkomstig artikel 27 van Richtlijn 2005/94.
6. In afwijking van het eerste lid, is het vervoer van eieren toegestaan, indien:
a. de eieren rechtstreeks worden vervoerd naar een inrichting als bedoeld in artikel 26, tweede lid, van Richtlijn 2005/94/EG, en
b. het vervoer geschiedt overeenkomstig een goedgekeurd hygiëneprotocol.
7. In afwijking van het eerste lid, is het vervoer van eieren voorts toegestaan, indien het betreft het vervoer van consumptie-eieren van een inrichting als bedoeld in het zesde lid al dan niet via distributiecentra naar verkooppunten en vanaf verkooppunten.
8. Het aanvoeren van gevogelte op een bedrijf en het afvoeren van gevogelte van een bedrijf is verboden.
9. In afwijking van het achtste lid is de aanvoer en afvoer van gevogelte toegestaan, indien het vervoer van gevogelte op grond van het tweede tot en met vierde lid is toegestaan.