BWBR0035767
Geldig vanaf 2014-11-25
Artikel 3
Mandaatbesluit Hoofd Visadienst 2014
1. De directeur-generaal van de Immigratie- en Naturalisatiedienst van het Ministerie van Justitie en Veiligheid kan in zijn functie als hoofd van de Visadienst met betrekking tot de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 1en 2, ondermandaat en machtiging verlenen aan:
a. één of meer onder hem ressorterende functionarissen;
b. ambtenaren belast met de grensbewaking als bedoeld in artikel 46, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000;
c. ambtenaren belast met het toezicht als bedoeld in artikel 47, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, en
d. ambtenaren belast met de grensbewaking dan wel het toezicht op personen, bedoeld in artikel 22a van de Wet toelating en uitzetting BES.
2. In afwijking van het eerste lid kan geen ondermandaat of machtiging worden verleend aan de ambtenaren, bedoeld onder b, c en d, van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 1, onder c en d, en artikel 2, onder b.
a. één of meer onder hem ressorterende functionarissen;
b. ambtenaren belast met de grensbewaking als bedoeld in artikel 46, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000;
c. ambtenaren belast met het toezicht als bedoeld in artikel 47, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, en
d. ambtenaren belast met de grensbewaking dan wel het toezicht op personen, bedoeld in artikel 22a van de Wet toelating en uitzetting BES.
2. In afwijking van het eerste lid kan geen ondermandaat of machtiging worden verleend aan de ambtenaren, bedoeld onder b, c en d, van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 1, onder c en d, en artikel 2, onder b.