BWBR0035757
Geldig vanaf 2014-11-16
Artikel 2
Tijdelijke regeling standstill hoogpathogene aviaire influenza 2014
1. Het vervoer, met inbegrip van een verplaatsing over de openbare weg zonder vervoermiddel, van:
a. gevogelte,
b. vee, konijnen en pelsdieren afkomstig van bedrijven met commercieel gehouden gevogelte,
c. sperma ten behoeve van de bevruchting van gevogelte,
d. eieren, afkomstig van of naar bedrijven met commercieel gehouden gevogelte, en eieren binnen het beschermingsgebied, bedoeld in bijlage 1 bij de Regeling instelling beschermings- en toezichtsgebied hoogpathogene aviaire influenza 2014,
e. rauwe melk afkomstig van bedrijven met commercieel gehouden gevogelte,
f. mest van gevogelte en mest afkomstig van bedrijven met commercieel gehouden gevogelte
g. strooisel,
h. diervoeders voor gevogelte,
i. vlees van gevogelte, afkomstig van een bedrijf met commercieel gehouden gevogelte dan wel vanuit een slachthuis, uitsnijderij of koelhuis of
j. andere dan de onder c tot en met i bedoelde producten of voorwerpen die drager van smetstof kunnen zijn,
is verboden.
2. Het in het eerste lid, onderdelen a en b, bedoelde verbod is niet van toepassing op het vervoer binnen het bedrijf, mits het vervoer niet plaatsvindt over de openbare weg of het terrein van andere bedrijven.
3. Het in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde verbod is niet van toepassing in de eerste 24 uren na inwerkingtreding van deze regeling op het eenmalig vervoer van evenhoevigen van de wei naar het bedrijf waartoe zij behoren, indien dit noodzakelijk is in verband met het melken van de dieren of het kalven of lammeren van de dieren en de vervoersafstand niet meer dan 10 km bedraagt.
4. Het in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde verbod is niet van toepassing op het vervoer van een paardachtige naar een gespecialiseerde dierenkliniek, voor zover:
a. het dier zich in een levensbedreigende situatie bevindt,
b. een verklaring van een dierenarts aanwezig is dat er sprake is van een situatie als bedoeld onder a, alsmede dat de kliniek instemt met de behandeling, en
c. voorafgaand aan het vervoer de geplande route aan de minister is gemeld.
5. Het in het eerste lid, onderdeel e, bedoelde verbod is niet van toepassing op het vervoer van melk in een weidetank rechtstreeks naar het bedrijf, met dien verstande dat het vervoer naar een bedrijf met commercieel gehouden gevogelte, tevens met inachtneming van een goedgekeurd hygiëneprotocol plaatsvindt.
6. Het in het eerste lid, onderdeel h, bedoelde verbod is niet van toepassing op:
a. het rechtstreekse, een-op-een vervoer van diervoeders vanaf de diervoederfabriek naar een bedrijf met commercieel gehouden gevogelte volgens goedgekeurd hygiëneprotocol;
b. het rechtstreekse vervoer van verpakte voeders voor kleine gezelschapsdieren van de detailhandelaar naar een dierhouder.
a. gevogelte,
b. vee, konijnen en pelsdieren afkomstig van bedrijven met commercieel gehouden gevogelte,
c. sperma ten behoeve van de bevruchting van gevogelte,
d. eieren, afkomstig van of naar bedrijven met commercieel gehouden gevogelte, en eieren binnen het beschermingsgebied, bedoeld in bijlage 1 bij de Regeling instelling beschermings- en toezichtsgebied hoogpathogene aviaire influenza 2014,
e. rauwe melk afkomstig van bedrijven met commercieel gehouden gevogelte,
f. mest van gevogelte en mest afkomstig van bedrijven met commercieel gehouden gevogelte
g. strooisel,
h. diervoeders voor gevogelte,
i. vlees van gevogelte, afkomstig van een bedrijf met commercieel gehouden gevogelte dan wel vanuit een slachthuis, uitsnijderij of koelhuis of
j. andere dan de onder c tot en met i bedoelde producten of voorwerpen die drager van smetstof kunnen zijn,
is verboden.
2. Het in het eerste lid, onderdelen a en b, bedoelde verbod is niet van toepassing op het vervoer binnen het bedrijf, mits het vervoer niet plaatsvindt over de openbare weg of het terrein van andere bedrijven.
3. Het in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde verbod is niet van toepassing in de eerste 24 uren na inwerkingtreding van deze regeling op het eenmalig vervoer van evenhoevigen van de wei naar het bedrijf waartoe zij behoren, indien dit noodzakelijk is in verband met het melken van de dieren of het kalven of lammeren van de dieren en de vervoersafstand niet meer dan 10 km bedraagt.
4. Het in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde verbod is niet van toepassing op het vervoer van een paardachtige naar een gespecialiseerde dierenkliniek, voor zover:
a. het dier zich in een levensbedreigende situatie bevindt,
b. een verklaring van een dierenarts aanwezig is dat er sprake is van een situatie als bedoeld onder a, alsmede dat de kliniek instemt met de behandeling, en
c. voorafgaand aan het vervoer de geplande route aan de minister is gemeld.
5. Het in het eerste lid, onderdeel e, bedoelde verbod is niet van toepassing op het vervoer van melk in een weidetank rechtstreeks naar het bedrijf, met dien verstande dat het vervoer naar een bedrijf met commercieel gehouden gevogelte, tevens met inachtneming van een goedgekeurd hygiëneprotocol plaatsvindt.
6. Het in het eerste lid, onderdeel h, bedoelde verbod is niet van toepassing op:
a. het rechtstreekse, een-op-een vervoer van diervoeders vanaf de diervoederfabriek naar een bedrijf met commercieel gehouden gevogelte volgens goedgekeurd hygiëneprotocol;
b. het rechtstreekse vervoer van verpakte voeders voor kleine gezelschapsdieren van de detailhandelaar naar een dierhouder.