BWBR0035717
Geldig vanaf 2014-11-05
Artikel 3
Mandaatbesluit Colleges financieel toezicht
1. Aan de voorzitter wordt mandaat verleend voor aangelegenheden op organisatorisch, personeel, financieel en materieel gebied.
2. Het mandaat heeft geen betrekking op het aanstellen en het verlenen van ontslag dan wel het aangaan van detacheringsovereenkomsten ten aanzien van medewerkers die aan de secretaris worden toegevoegd en het nemen van besluiten met rechtspositionele gevolgen voor medewerkers met salarisschaal 14 of hoger van Bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984. Het mandaat voor deze aangelegenheden is voorbehouden aan de directeur-generaal Bestuur en Koninkrijksrelaties.
3. De voorzitter is bevoegd ondermandaat te verlenen aan de secretaris.
2. Het mandaat heeft geen betrekking op het aanstellen en het verlenen van ontslag dan wel het aangaan van detacheringsovereenkomsten ten aanzien van medewerkers die aan de secretaris worden toegevoegd en het nemen van besluiten met rechtspositionele gevolgen voor medewerkers met salarisschaal 14 of hoger van Bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984. Het mandaat voor deze aangelegenheden is voorbehouden aan de directeur-generaal Bestuur en Koninkrijksrelaties.
3. De voorzitter is bevoegd ondermandaat te verlenen aan de secretaris.