BWBR0035658
Geldig vanaf 2012-07-24
Artikel 3
Regeling beperking geluidhinder militaire helikopters boven Artillerie Schietkamp Oldebroek
1. De geluidsbelasting vanwege de activiteiten genoemd in artikel 2, tweede en derde lid, op de vastgestelde referentiepunten nabij de woonkernen Nunspeet, ´t Harde, ´t Loo en Wezep zal berekend in de Lden-maat niet hoger zijn dan 50 dB(A). De bijlagebij deze regeling geeft een topografische kaart met daarop aangegeven de ligging van de referentiepunten en een tabel met de positie van de referentiepunten in Rijksdriehoekcoördinaten.
2. De Minister van Defensie zal de geluidsbelasting vanwege het helikopterverkeer op de referentiepunten jaarlijks laten berekenen. De berekeningsmethode is in overeenstemming met het ‘Voorschrift voor de berekening van de Lden-geluidbelasting in dB(A) voor overige burgerluchthavens’, dat als bijlage 1is gevoegd bij de Regeling burgerluchthavens(Stcrt. 2009, 16154). Het resultaat van deze berekeningen wordt ter beschikking gesteld aan de Militaire Luchtvaartautoriteit en de Minister van Infrastructuur en Milieu.
3. De Minister van Defensie draagt er zorg voor dat het helikopterverkeer zodanig geschiedt dat de geluidsbelasting vanwege het helikopterverkeer de in het eerste lid bedoelde grenswaarde niet overschrijdt. Zodra de Minister van Defensie constateert dat de in het eerste lid bedoelde grenswaarde is overschreden, schrijft hij maatregelen voor die naar zijn oordeel bijdragen aan het terugdringen van de geluidsbelasting vanwege het helikopterverkeer binnen de grenswaarde.
2. De Minister van Defensie zal de geluidsbelasting vanwege het helikopterverkeer op de referentiepunten jaarlijks laten berekenen. De berekeningsmethode is in overeenstemming met het ‘Voorschrift voor de berekening van de Lden-geluidbelasting in dB(A) voor overige burgerluchthavens’, dat als bijlage 1is gevoegd bij de Regeling burgerluchthavens(Stcrt. 2009, 16154). Het resultaat van deze berekeningen wordt ter beschikking gesteld aan de Militaire Luchtvaartautoriteit en de Minister van Infrastructuur en Milieu.
3. De Minister van Defensie draagt er zorg voor dat het helikopterverkeer zodanig geschiedt dat de geluidsbelasting vanwege het helikopterverkeer de in het eerste lid bedoelde grenswaarde niet overschrijdt. Zodra de Minister van Defensie constateert dat de in het eerste lid bedoelde grenswaarde is overschreden, schrijft hij maatregelen voor die naar zijn oordeel bijdragen aan het terugdringen van de geluidsbelasting vanwege het helikopterverkeer binnen de grenswaarde.