BWBR0035648
Geldig vanaf 2014-10-18
Artikel 2
Besluit koopkrachttegemoetkoming lage inkomens
1. Voor de vaststelling van het recht op en de hoogte van de koopkrachttegemoetkoming geldt als peildatum 1 september 2014.
2. Voor de bepaling van de hoogte van het inkomen, bedoeld in artikel 36a, eerste lid, van de wetgeldt als peilmaand september 2014.
3. Het college verstrekt de koopkrachttegemoetkoming in 2014.
4. Het college stelt het recht op een koopkrachttegemoetkoming op aanvraag, dan wel ambtshalve vast.
5. Het college maakt regels bekend over de wijze van aanvraag van een koopkrachttegemoetkoming, die niet ambtshalve wordt verstrekt.
6. In afwijking van het derde lid verstrekt de SVB de koopkrachttegemoetkoming in 2014 ambtshalve aan personen als bedoeld in artikel 36a, eerste lid, van de wet, die op 1 september 2014 recht hebben op algemene bijstand in de vorm van een aanvullende inkomensvoorziening ouderen op grond van artikel 47a van de wet.
2. Voor de bepaling van de hoogte van het inkomen, bedoeld in artikel 36a, eerste lid, van de wetgeldt als peilmaand september 2014.
3. Het college verstrekt de koopkrachttegemoetkoming in 2014.
4. Het college stelt het recht op een koopkrachttegemoetkoming op aanvraag, dan wel ambtshalve vast.
5. Het college maakt regels bekend over de wijze van aanvraag van een koopkrachttegemoetkoming, die niet ambtshalve wordt verstrekt.
6. In afwijking van het derde lid verstrekt de SVB de koopkrachttegemoetkoming in 2014 ambtshalve aan personen als bedoeld in artikel 36a, eerste lid, van de wet, die op 1 september 2014 recht hebben op algemene bijstand in de vorm van een aanvullende inkomensvoorziening ouderen op grond van artikel 47a van de wet.