BWBR0035636
Geldig vanaf 2020-06-29
Artikel 4
Subsidieregeling Opleidingen in een Jeugd ggz-instelling 2025–2027
1. De aanvraag van een subsidie wordt uiterlijk dertien weken voor aanvang van het subsidiejaar ontvangen. De minister kan tot een daarbij aan te geven datum vrijstelling of ontheffing verlenen van de aanvraagtermijn.
2. De minister besluit binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag over de verlening van de subsidie.
3. De aanvraag die na afloop van de termijn, bedoeld in het eerste lid, wordt ontvangen, wordt afgewezen.
4. Indien de aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag of indien de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of de voorbereiding van de beschikking stelt de minister de aanvrager in de gelegenheid de aanvraag binnen drie weken aan te vullen. De minister besluit de aanvraag niet te behandelen indien de aanvraag binnen die termijn niet of niet voldoende is aangevuld.
5. De minister vermeldt in het besluit tot verlening van de subsidie:
a. voor wat betreft de instroom per zorgopleiding het maximum aantal personen en opleidingsplaatsen waarvoor de subsidie wordt verleend alsmede het subsidiebedrag per fte opleidingsplaats;
b. voor wat betreft de doorstroom dat de subsidie per zorgopleiding wordt bepaald aan de hand van de gerealiseerde opleidingsplaatsen en de bijbehorende subsidiebedragen.
6. De minister verleent bij het besluit tot verlening van de subsidie ambtshalve tevens de volgende voorschotten: in januari 8%, februari 8%, maart 8%, april 7%, mei 16%, juni 7%, juli 8%, augustus 8%, september 7%, oktober 8% en november 8% van:
a. voor wat betreft de instroom: het maximum aantal opleidingsplaatsen waarvoor de subsidie wordt verleend vermenigvuldigd met het subsidiebedrag per opleidingsplaats in fte voor de desbetreffende zorgopleiding;
b. voor wat betreft de doorstroom: het aantal opleidingsplaatsen voor het subsidiejaar zoals opgenomen in de opleidingsschema’s per 31 oktober van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar vermenigvuldigd met het subsidiebedrag per opleidingsplaats in fte voor de desbetreffende zorgopleiding.
2. De minister besluit binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag over de verlening van de subsidie.
3. De aanvraag die na afloop van de termijn, bedoeld in het eerste lid, wordt ontvangen, wordt afgewezen.
4. Indien de aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag of indien de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of de voorbereiding van de beschikking stelt de minister de aanvrager in de gelegenheid de aanvraag binnen drie weken aan te vullen. De minister besluit de aanvraag niet te behandelen indien de aanvraag binnen die termijn niet of niet voldoende is aangevuld.
5. De minister vermeldt in het besluit tot verlening van de subsidie:
a. voor wat betreft de instroom per zorgopleiding het maximum aantal personen en opleidingsplaatsen waarvoor de subsidie wordt verleend alsmede het subsidiebedrag per fte opleidingsplaats;
b. voor wat betreft de doorstroom dat de subsidie per zorgopleiding wordt bepaald aan de hand van de gerealiseerde opleidingsplaatsen en de bijbehorende subsidiebedragen.
6. De minister verleent bij het besluit tot verlening van de subsidie ambtshalve tevens de volgende voorschotten: in januari 8%, februari 8%, maart 8%, april 7%, mei 16%, juni 7%, juli 8%, augustus 8%, september 7%, oktober 8% en november 8% van:
a. voor wat betreft de instroom: het maximum aantal opleidingsplaatsen waarvoor de subsidie wordt verleend vermenigvuldigd met het subsidiebedrag per opleidingsplaats in fte voor de desbetreffende zorgopleiding;
b. voor wat betreft de doorstroom: het aantal opleidingsplaatsen voor het subsidiejaar zoals opgenomen in de opleidingsschema’s per 31 oktober van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar vermenigvuldigd met het subsidiebedrag per opleidingsplaats in fte voor de desbetreffende zorgopleiding.