BWBR0035624
Geldig vanaf 2014-10-11
Artikel 2
Mandaatbesluit Bureau Sanering Verkeerslawaai 2014
Aan het hoofd van Bureau Sanering Verkeerslawaai en zijn plaatsvervanger worden mandaat en volmacht verleend tot:
a. het wijzigen van geluidproductieplafonds op grond van artikel 11.28 of artikel 11.63 van de Wet milieubeheer, in het geval deze wijzigingen niet samenhangen met een tracébesluit, voor zover dat is toegestaan op grond van artikel 3.1, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 3.3, tweede lid, van de Aanvullingswet geluid Omgevingswet;
b. het doen van de mededeling als bedoeld in artikel 11.36 van de Wet milieubeheer, voor zover dat is toegestaan op grond van artikel 3.1, tweede lid, van de Aanvullingswet geluid Omgevingswet;
c. het vaststellen van een andere termijn, bedoeld in artikel 11.38 en artikel 11.64 van de Wet milieubeheer, voor zover dat is toegestaan op grond van artikel 3.1, tweede lid respectievelijk artikel 3.3, tweede lid, van de Aanvullingswet geluid Omgevingswet;
d. het zenden van afschriften van besluiten en het doen van mededelingen in het kader van de artikelen 11.53 en 11.65 van de Wet milieubeheer aan de Dienst voor het kadaster en de openbare registers, voor zover dat is toegestaan op grond van artikel 3.1, eerste lid, van de Aanvullingswet geluid Omgevingswet, respectievelijk artikel 3.3, tweede lid, van de Aanvullingswet geluid Omgevingswet;
e. het vaststellen van een saneringsplan op verzoek van een beheerder van een weg of spoorweg op grond van artikel 11.60 van de Wet milieubeheer, voor zover dat is toegestaan op grond van artikel 3.3, tweede lid, van de Aanvullingswet geluid Omgevingswet;
f. het wijzigen van een saneringsplan of de termijn waarbinnen de saneringsmaatregelen uit het saneringsplan getroffen moeten zijn op grond van artikel 11.61 van de Wet milieubeheer, voor zover dat is toegestaan op grond van artikel 3.3, tweede lid, van de Aanvullingswet geluid Omgevingswet;
g. het vaststellen van geluidproductieplafonds als omgevingswaarden, als bedoeld in artikel 2.15, tweede lid, van de Omgevingswet; en
h. het wijzigen van geluidproductieplafonds voor hoofdspoorwegen met het toegestane geluid door spoorvoertuigen op spoorwegemplacementen die onderdeel zijn van een hoofdspoorweg, als bedoeld in artikel 12.5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
a. het wijzigen van geluidproductieplafonds op grond van artikel 11.28 of artikel 11.63 van de Wet milieubeheer, in het geval deze wijzigingen niet samenhangen met een tracébesluit, voor zover dat is toegestaan op grond van artikel 3.1, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 3.3, tweede lid, van de Aanvullingswet geluid Omgevingswet;
b. het doen van de mededeling als bedoeld in artikel 11.36 van de Wet milieubeheer, voor zover dat is toegestaan op grond van artikel 3.1, tweede lid, van de Aanvullingswet geluid Omgevingswet;
c. het vaststellen van een andere termijn, bedoeld in artikel 11.38 en artikel 11.64 van de Wet milieubeheer, voor zover dat is toegestaan op grond van artikel 3.1, tweede lid respectievelijk artikel 3.3, tweede lid, van de Aanvullingswet geluid Omgevingswet;
d. het zenden van afschriften van besluiten en het doen van mededelingen in het kader van de artikelen 11.53 en 11.65 van de Wet milieubeheer aan de Dienst voor het kadaster en de openbare registers, voor zover dat is toegestaan op grond van artikel 3.1, eerste lid, van de Aanvullingswet geluid Omgevingswet, respectievelijk artikel 3.3, tweede lid, van de Aanvullingswet geluid Omgevingswet;
e. het vaststellen van een saneringsplan op verzoek van een beheerder van een weg of spoorweg op grond van artikel 11.60 van de Wet milieubeheer, voor zover dat is toegestaan op grond van artikel 3.3, tweede lid, van de Aanvullingswet geluid Omgevingswet;
f. het wijzigen van een saneringsplan of de termijn waarbinnen de saneringsmaatregelen uit het saneringsplan getroffen moeten zijn op grond van artikel 11.61 van de Wet milieubeheer, voor zover dat is toegestaan op grond van artikel 3.3, tweede lid, van de Aanvullingswet geluid Omgevingswet;
g. het vaststellen van geluidproductieplafonds als omgevingswaarden, als bedoeld in artikel 2.15, tweede lid, van de Omgevingswet; en
h. het wijzigen van geluidproductieplafonds voor hoofdspoorwegen met het toegestane geluid door spoorvoertuigen op spoorwegemplacementen die onderdeel zijn van een hoofdspoorweg, als bedoeld in artikel 12.5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.