BWBR0035591
Geldig vanaf 2014-10-02
Artikel 3
Regeling aanwijzing adviserende organisatie kwalificatiestructuur en kwalificatiedossiers beroepsonderwijs
1. De SBB draagt er zorg voor dat de voorstellen voor kwalificatiedossiers of wijzigingen daarvan die door de kenniscentra aan de minister worden gedaan, van een onafhankelijke toetsing worden voorzien en dat het resultaat van deze onafhankelijke toetsing wordt gevoegd bij de voorstellen voor kwalificatiedossiers of wijzigingen daarvan.
2. De taak, bedoeld in het eerste lid, bestaat in ieder geval uit de volgende onderdelen:
a. het inrichten van een toetsproces op grond waarvan voorstellen voor nieuwe kwalificatiedossiers respectievelijk voorstellen tot wijziging van reeds vastgestelde kwalificatiedossiers worden beoordeeld;
b. het toetsen van elk voorstel voor een kwalificatiedossier of een wijziging daarvan aan de criteria, opgenomen in het toetsingskader, bedoeld in artikel 7.2.4, zesde lid, van de wet;
c. het beoordelen of de voorstellen van de kenniscentra voor kwalificatiedossiers een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van de landelijke kwalificatiestructuur voor het beroepsonderwijs in relatie tot de aansluiting tussen aanbod van het beroepsonderwijs en de behoeften op de arbeidsmarkt voor afgestudeerden.
3. Naast de taak, bedoeld in het eerste lid, heeft de SBB de volgende taken:
a. het verschaffen van informatie aan de minister over de resultaten van toetsing welke ten dienste staat van de beleidsontwikkeling inzake de kwalificatiestructuur voor het beroepsonderwijs;
b. het in afstemming met onder meer de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven, de MBO Raad, de AOC-Raad en NRTO doen van een voorstel aan de minister voor het toetsingskader, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, het model kwalificatiedossier (en de daarbij horende instructie) en het onderhoud van het door de minister vastgestelde toetsingskader;
c. het op verzoek van de minister doen uitvoeren van onderzoek ten behoeve van de kwaliteitsverbetering van de kwalificatiestructuur;
d. het op verzoek van de minister adviseren over beleidsvoorstellen ten aanzien van de kwalificatiestructuur.
2. De taak, bedoeld in het eerste lid, bestaat in ieder geval uit de volgende onderdelen:
a. het inrichten van een toetsproces op grond waarvan voorstellen voor nieuwe kwalificatiedossiers respectievelijk voorstellen tot wijziging van reeds vastgestelde kwalificatiedossiers worden beoordeeld;
b. het toetsen van elk voorstel voor een kwalificatiedossier of een wijziging daarvan aan de criteria, opgenomen in het toetsingskader, bedoeld in artikel 7.2.4, zesde lid, van de wet;
c. het beoordelen of de voorstellen van de kenniscentra voor kwalificatiedossiers een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van de landelijke kwalificatiestructuur voor het beroepsonderwijs in relatie tot de aansluiting tussen aanbod van het beroepsonderwijs en de behoeften op de arbeidsmarkt voor afgestudeerden.
3. Naast de taak, bedoeld in het eerste lid, heeft de SBB de volgende taken:
a. het verschaffen van informatie aan de minister over de resultaten van toetsing welke ten dienste staat van de beleidsontwikkeling inzake de kwalificatiestructuur voor het beroepsonderwijs;
b. het in afstemming met onder meer de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven, de MBO Raad, de AOC-Raad en NRTO doen van een voorstel aan de minister voor het toetsingskader, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, het model kwalificatiedossier (en de daarbij horende instructie) en het onderhoud van het door de minister vastgestelde toetsingskader;
c. het op verzoek van de minister doen uitvoeren van onderzoek ten behoeve van de kwaliteitsverbetering van de kwalificatiestructuur;
d. het op verzoek van de minister adviseren over beleidsvoorstellen ten aanzien van de kwalificatiestructuur.