BWBR0035562
Geldig vanaf 2014-10-01
Artikel 2
Beleidsregel niet op regelmatige wijze afnemen van het centraal examen in beroepsopleidingen
1. Onder het niet volgens de geldende regels afnemen van het centraal examen, bedoeld in artikel 11 van het besluit, wordt in ieder geval verstaan:
a. het tijdens het centraal examen onrechtmatig gebruiken van, dan wel beschikken over, op grond van het besluit of examenprotocol niet toegestane informatie of hulpmiddelen, die van invloed kunnen zijn op de prestaties van een of meer deelnemers;
b. het tijdens of voorafgaand aan het centraal examen onrechtmatig ter beschikking van een of meer deelnemers komen van niet in het besluit of examenprotocol voorziene informatie of hulpmiddelen dienstbaar aan het beantwoorden van de examenvragen of, geheel of ten dele, de antwoorden op die vragen zelf;
c. het tijdens het centraal examen niet of ontoereikend uitoefenen van toezicht, althans, niet het nodige toezicht uitoefenen als bedoeld in artikel 9, onder b, van het besluit of in het examenprotocol, dat tot gevolg heeft dat de onder a of b bedoelde informatie of hulpmiddelen ter beschikking van een of meer deelnemers kunnen komen;
d. het tijdens het centraal examen in strijd met het besluit of examenprotocol ter beschikking stellen van meer examentijd;
e. het na afloop van het centraal examen zonder rechtsgrond aanbrengen van wijzigingen in het door de deelnemer aangeleverde examenwerk; of
f. het in strijd met artikel 10 of hoofdstuk II, paragraaf 4, van het besluit toekennen van een cijfer of examenuitslag.
2. Indien sprake is van een onregelmatigheid die niet op grond van het examenprotocol door de examencommissie kan worden afgehandeld, doet de examencommissie daarvan zo spoedig mogelijk melding aan de inspectie door middel van een Aanvraagformulier opnieuw afnemen centraal examen.
3. Indien sprake is van een onregelmatigheid die door de inspectie wordt afgehandeld en dit een andere onregelmatigheid betreft dan bedoeld in het eerste lid, beoordeelt de directeur Toezicht MBO van de inspectie of het centraal examen niet volgens de geldende regels is afgenomen.
a. het tijdens het centraal examen onrechtmatig gebruiken van, dan wel beschikken over, op grond van het besluit of examenprotocol niet toegestane informatie of hulpmiddelen, die van invloed kunnen zijn op de prestaties van een of meer deelnemers;
b. het tijdens of voorafgaand aan het centraal examen onrechtmatig ter beschikking van een of meer deelnemers komen van niet in het besluit of examenprotocol voorziene informatie of hulpmiddelen dienstbaar aan het beantwoorden van de examenvragen of, geheel of ten dele, de antwoorden op die vragen zelf;
c. het tijdens het centraal examen niet of ontoereikend uitoefenen van toezicht, althans, niet het nodige toezicht uitoefenen als bedoeld in artikel 9, onder b, van het besluit of in het examenprotocol, dat tot gevolg heeft dat de onder a of b bedoelde informatie of hulpmiddelen ter beschikking van een of meer deelnemers kunnen komen;
d. het tijdens het centraal examen in strijd met het besluit of examenprotocol ter beschikking stellen van meer examentijd;
e. het na afloop van het centraal examen zonder rechtsgrond aanbrengen van wijzigingen in het door de deelnemer aangeleverde examenwerk; of
f. het in strijd met artikel 10 of hoofdstuk II, paragraaf 4, van het besluit toekennen van een cijfer of examenuitslag.
2. Indien sprake is van een onregelmatigheid die niet op grond van het examenprotocol door de examencommissie kan worden afgehandeld, doet de examencommissie daarvan zo spoedig mogelijk melding aan de inspectie door middel van een Aanvraagformulier opnieuw afnemen centraal examen.
3. Indien sprake is van een onregelmatigheid die door de inspectie wordt afgehandeld en dit een andere onregelmatigheid betreft dan bedoeld in het eerste lid, beoordeelt de directeur Toezicht MBO van de inspectie of het centraal examen niet volgens de geldende regels is afgenomen.