BWBR0035543
Geldig vanaf 2014-09-12
Artikel 3
Tijdelijk besluit experimenten Ziektewet
1. Artikel 29b, eerste, vijfde en zesde lid, van de Ziektewetis van overeenkomstige toepassing op de werknemer die onmiddellijk voorafgaand aan de aanvang van de dienstbetrekking:
a. recht had op ziekengeld op basis van artikel 29, tweede lid, onderdeel c, van de Ziektewet;
b. gedurende een tijdvak van ten minste 52 weken ongeschikt was tot het verrichten van zijn arbeid als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de Ziektewet; en
c. na de beoordeling op basis van artikel 19aa, eerste lid, van de Ziektewet, nog steeds recht heeft op ziekengeld.
2. Voor het bepalen van het tijdvak, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, is artikel 29, vijfde lid, tweede zin, van de Ziektewetvan overeenkomstige toepassing.
3. Het eerste lid, onderdeel c, is niet van toepassing op de werknemer van wie de eerste ziektedag is gelegen voor 1 januari 2013, die gedurende een tijdvak van ten minste 52 weken ongeschikt is geweest tot het verrichten van zijn arbeid en na dat tijdvak nog steeds recht heeft op ziekengeld.
a. recht had op ziekengeld op basis van artikel 29, tweede lid, onderdeel c, van de Ziektewet;
b. gedurende een tijdvak van ten minste 52 weken ongeschikt was tot het verrichten van zijn arbeid als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de Ziektewet; en
c. na de beoordeling op basis van artikel 19aa, eerste lid, van de Ziektewet, nog steeds recht heeft op ziekengeld.
2. Voor het bepalen van het tijdvak, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, is artikel 29, vijfde lid, tweede zin, van de Ziektewetvan overeenkomstige toepassing.
3. Het eerste lid, onderdeel c, is niet van toepassing op de werknemer van wie de eerste ziektedag is gelegen voor 1 januari 2013, die gedurende een tijdvak van ten minste 52 weken ongeschikt is geweest tot het verrichten van zijn arbeid en na dat tijdvak nog steeds recht heeft op ziekengeld.