BWBR0035539
Geldig vanaf 17-09-2014
Artikel 5
Regeling hulpmiddelen en aangepaste wijze of vorm van toetsen centrale eindtoets PO
a. De directeur legt – voor zover relevant – vast welke aanpassingen hij toepast in de wijze van toetsing op grond van artikel 4a, welke aangepaste versie hij de leerling toekent op grond van artikel 4b, en welke overige aanpassingen hij verricht na en op grond van het overleg met het College voor toetsen en examens genoemd in artikel 4e.
b. De directeur legt vast op grond van welke gegevens hij vastgesteld heeft dat sprake is van een beperking en welke aanpassingen adequaat zijn en welke aanpassingen in het onderwijs zijn verricht.
c. De gegevens genoemd in artikel 5a en 5b zijn voor de inspectie desgevraagd beschikbaar ten behoeve van het toezicht en voor het College voor toetsen en examens geanonimiseerd ten behoeve van onderzoek.
b. De directeur legt vast op grond van welke gegevens hij vastgesteld heeft dat sprake is van een beperking en welke aanpassingen adequaat zijn en welke aanpassingen in het onderwijs zijn verricht.
c. De gegevens genoemd in artikel 5a en 5b zijn voor de inspectie desgevraagd beschikbaar ten behoeve van het toezicht en voor het College voor toetsen en examens geanonimiseerd ten behoeve van onderzoek.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0035539
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl