BWBR0035508
Geldig vanaf 2014-09-04
Artikel 2
Besluit mandatering aan CFV van handhavingsbevoegdheden inzake financieel toezicht op toegelaten instellingen
1. Aan het bestuur wordt mandaat en machtiging verleend voor het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen die verband houden met de aan de minister toekomende bevoegdheid tot handhaving, bedoeld in de artikelen 70d, tweede liden 105 van de Woningwet, voor zover het betreft werkzaamheden in het kader van het geven van aanwijzingen aan toegelaten instellingen, het aanwijzen van toezichthouders en het opleggen van een last onder dwangsom. Het mandaat en de machtiging betreffen uitsluitend de onderwerpen met betrekking tot welke het fonds, ingevolge de artikelen 70d, eerste lid, en 71a, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Woningwet, met het toezicht is belast.
2. Aan het bestuur wordt volmacht verleend voor het verrichten van rechtshandelingen die verband houden met de invordering van verbeurde dwangsommen als bedoeld in artikel 5:25 van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover deze verband houden met de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid.
3. Het op grond van dit besluit verleende mandaat omvat mede de bevoegdheid tot het vaststellen, wijzigen of intrekken van beleidsregels met betrekking tot de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in het eerste en tweede lid.
2. Aan het bestuur wordt volmacht verleend voor het verrichten van rechtshandelingen die verband houden met de invordering van verbeurde dwangsommen als bedoeld in artikel 5:25 van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover deze verband houden met de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid.
3. Het op grond van dit besluit verleende mandaat omvat mede de bevoegdheid tot het vaststellen, wijzigen of intrekken van beleidsregels met betrekking tot de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in het eerste en tweede lid.