BWBR0035496
Geldig vanaf 2014-08-30
Artikel 11
Instellingsbesluit Evaluatiecommissie justitiële rijkswetten
1. De overige kosten van de commissie komen, voor zover goedgekeurd, voor rekening van:
a. de minister van Justitie van Aruba: voor 10%;
b. de minister van Justitie van Curaçao: voor 30%;
c. de minister van Justitie van Sint Maarten: voor 30%;
d. de minister van Veiligheid en Justitie van Nederland: voor 30%.
2. Onder overige kosten worden in ieder geval verstaan:
a. de kosten van het voorzitterschap;
b. de kosten voor de faciliteiten van vergaderingen en voor secretariële ondersteuning;
c. de kosten voor het inschakelen van externe deskundigheid, daaronder begrepen personen als bedoeld in artikel 5, tweede lid, en het laten verrichten van onderzoek; en
d. de kosten voor publicatie van rapportages.
3. De commissie biedt zo spoedig mogelijk na haar instelling een begroting en een planning aan de ministers aan.
a. de minister van Justitie van Aruba: voor 10%;
b. de minister van Justitie van Curaçao: voor 30%;
c. de minister van Justitie van Sint Maarten: voor 30%;
d. de minister van Veiligheid en Justitie van Nederland: voor 30%.
2. Onder overige kosten worden in ieder geval verstaan:
a. de kosten van het voorzitterschap;
b. de kosten voor de faciliteiten van vergaderingen en voor secretariële ondersteuning;
c. de kosten voor het inschakelen van externe deskundigheid, daaronder begrepen personen als bedoeld in artikel 5, tweede lid, en het laten verrichten van onderzoek; en
d. de kosten voor publicatie van rapportages.
3. De commissie biedt zo spoedig mogelijk na haar instelling een begroting en een planning aan de ministers aan.