BWBR0035448
Geldig vanaf 2014-08-13
Artikel 3
Sanctieregeling Zuid-Sudan 2014
1. Het is verboden om paramilitaire uitrusting en wapens, munitie, militaire voertuigen, militaire uitrusting en goederen, alsmede militaire technologie, aangewezen in de Uitvoeringsregeling strategische goederen 2012, dan wel onderdelen daarvan, te verkopen, te leveren, over te dragen of uit te voeren aan personen, entiteiten of lichamen in Zuid-Sudan, of voor gebruik in Zuid-Sudan, ongeacht het land van oorsprong.
2. Het eerste lid is niet van toepassing met vooraf verleende ontheffing van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking op de verkoop, levering, overdracht of uitvoer van:
a. niet-letale militaire uitrusting uitsluitend bestemd voor toezicht op mensenrechten, humanitair of beschermend gebruik, of voor programma’s voor institutionele opbouw van de Verenigde Naties, de Afrikaanse Unie, de Europese Unie of de Intergouvernementele Ontwikkelingsautoriteit (IGAD);
b. materieel bedoeld voor crisisbeheersingsoperaties van de Verenigde Naties, de Afrikaanse Unie of de Europese Unie;
c. andere voertuigen dan gevechtsvoertuigen die gemaakt zijn van, of uitgerust zijn met, materiaal dat bescherming biedt tegen kogels en die uitsluitend bestemd zijn voor de bescherming van personeel van de Europese Unie en haar lidstaten, van personeel van de Verenigde Naties, de Afrikaanse Unie of de Intergouvernementele Ontwikkelingsautoriteit in Zuid-Sudan;
d. ontmijningsuitrusting en materieel voor gebruik bij ontmijning; en
e. niet-letale militaire uitrusting uitsluitend bestemd ter ondersteuning van de hervorming van de veiligheidssector in Zuid-Sudan.
3. Het eerste lid is niet van toepassing op de tijdelijke uitvoer van beschermende kleding voor persoonlijk gebruik, met inbegrip van scherfwerende vesten en militaire helmen, door personeel van de Europese Unie of van haar lidstaten, door personeel van de Verenigde Naties of van de Intergouvernementele Ontwikkelingsautoriteit, vertegenwoordigers van de media, of door medewerkers van humanitaire organisaties en ontwikkelingswerkers en aanverwant personeel.
2. Het eerste lid is niet van toepassing met vooraf verleende ontheffing van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking op de verkoop, levering, overdracht of uitvoer van:
a. niet-letale militaire uitrusting uitsluitend bestemd voor toezicht op mensenrechten, humanitair of beschermend gebruik, of voor programma’s voor institutionele opbouw van de Verenigde Naties, de Afrikaanse Unie, de Europese Unie of de Intergouvernementele Ontwikkelingsautoriteit (IGAD);
b. materieel bedoeld voor crisisbeheersingsoperaties van de Verenigde Naties, de Afrikaanse Unie of de Europese Unie;
c. andere voertuigen dan gevechtsvoertuigen die gemaakt zijn van, of uitgerust zijn met, materiaal dat bescherming biedt tegen kogels en die uitsluitend bestemd zijn voor de bescherming van personeel van de Europese Unie en haar lidstaten, van personeel van de Verenigde Naties, de Afrikaanse Unie of de Intergouvernementele Ontwikkelingsautoriteit in Zuid-Sudan;
d. ontmijningsuitrusting en materieel voor gebruik bij ontmijning; en
e. niet-letale militaire uitrusting uitsluitend bestemd ter ondersteuning van de hervorming van de veiligheidssector in Zuid-Sudan.
3. Het eerste lid is niet van toepassing op de tijdelijke uitvoer van beschermende kleding voor persoonlijk gebruik, met inbegrip van scherfwerende vesten en militaire helmen, door personeel van de Europese Unie of van haar lidstaten, door personeel van de Verenigde Naties of van de Intergouvernementele Ontwikkelingsautoriteit, vertegenwoordigers van de media, of door medewerkers van humanitaire organisaties en ontwikkelingswerkers en aanverwant personeel.