BWBR0035446
Geldig vanaf 23-04-2010
Artikel 3
Besluit bewaarders van het kadaster en de openbare registers tot verlening van mandaat en machtiging ten aanzien van de bijwerking van de registratie voor schepen en luchtvaartuigen
1. De bewaarders verlenen, wat betreft de bijwerking van registratie voor schepen, mandaat en machtiging tot:
a. het verrichten van alle handelingen tot bijhouding en het nemen van beslissingen tot vaststelling van het resultaat van een bijhouding;
b. het nemen van de beslissingen, bedoeld in artikel 89, derde lid, juncto artikel 59, derde lid, eerste zin, van de Kadasterwet alsmede het verzenden van de kennisgeving van die beslissing, het doen van de mededeling en het verzoek, bedoeld in artikel 89, derde lid, juncto artikel 59, derde lid, tweede zin, van die wet;
c. het vervaardigen en verzenden dan wel doen vervaardigen en doen verzenden van de kennisgeving houdende het resultaat van een bijhouding als bedoeld onder a;
2. De bewaarders verlenen, wat betreft de verstrekking van inlichtingen uit de registratie voor schepen, mandaat en machtiging tot:
a. het toewijzend beslissen op verzoeken tot het verstrekken van inlichtingen, bedoeld in artikel 101, eerste lid en tweede lid, van de Kadasterwet, en het verstrekken van de verzochte inlichtingen;
b. het afgeven van een verklaring dat sedert het tijdstip waarop een getuigschrift, afschrift of uittreksel als bedoeld in artikel 103, eerste lid, is afgegeven, in de daarin vermelde gegevens geen wijziging is opgetreden;
c. het verstrekken van uittreksels als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de Maatregel teboekgestelde schepen 1992.
3. De bewaarders verlenen, wat betreft het herstel van bij de bijwerking van de registratie voor schepen begane kennelijke misslagen, mandaat en machtiging tot:
a. het geheel toewijzend beslissen op verzoeken tot het herstel van misslagen als bedoeld in artikel 7t, derde lid Kadasterwet, juncto artikel 26 Regeling Teboekstelling schepen, met uitzondering evenwel van het beslissen over het in de kadastrale registratie plaatsen dan wel verwijderen van verwijzingen naar in de openbare registers ingeschreven stukken;
b. het verrichten van handelingen tot herstel van die misslagen;
c. het verzenden van kennisgevingen als bedoeld in artikel 7t en 58, eerste lid, van de Kadasterwet.
4. De bewaarders verlenen, wat betreft certificaten omtrent binnenschepen, mandaat en machtiging tot:
a. het afgeven van certificaten of duplicaten ervan, bedoeld in de artikelen 9, eerste, derde en vierde lid, en 18, derde lid, tweede zin, en vierde lid, tweede zin, van de Maatregel teboekgestelde schepen 1992, alsmede het daarop plaatsen van aantekeningen, bedoeld in het vierde lid, tweede zin, van dat artikel;
b. het uitreiken van vervangende certificaten en het plaatsen van de aantekening, bedoeld in artikel 10, eerste onderscheidenlijk tweede lid, van de Maatregel teboekgestelde schepen 1992.
5. De bewaarders verlenen, wat betreft het aanbrengen artikel 22, eerste lid Maatregel teboekgestelde schepen 1992 en vernietigen artikel 22, derde lid jo artikel 6, tweede lid Maatregel teboekgestelde schepen 1992 van brandmerken op schepen, machtiging tot het verlenen van opdracht daartoe aan de in artikel 22, eerste lid, onderscheidenlijk 6, derde lid, van de Maatregel teboekgestelde schepen 1992 bedoelde personen.
6. De bewaarders verlenen machtiging tot:
a. het indienen van een verzoek als bedoeld in artikel 28, derde lid, en in artikel 32 juncto artikel 28, derde lid, van de Maatregel teboekgestelde schepen 1992;
b. het doen van kennisgevingen als bedoeld in artikel 16, tweede lid, van de Regeling teboekgestelde schepen 1994;
c. het voeren van overleg, bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de Regeling teboekgestelde schepen 1994;
d. het in kennis stellen en het doen van verzoeken als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de Regeling teboekgestelde schepen 1994.
a. het verrichten van alle handelingen tot bijhouding en het nemen van beslissingen tot vaststelling van het resultaat van een bijhouding;
b. het nemen van de beslissingen, bedoeld in artikel 89, derde lid, juncto artikel 59, derde lid, eerste zin, van de Kadasterwet alsmede het verzenden van de kennisgeving van die beslissing, het doen van de mededeling en het verzoek, bedoeld in artikel 89, derde lid, juncto artikel 59, derde lid, tweede zin, van die wet;
c. het vervaardigen en verzenden dan wel doen vervaardigen en doen verzenden van de kennisgeving houdende het resultaat van een bijhouding als bedoeld onder a;
2. De bewaarders verlenen, wat betreft de verstrekking van inlichtingen uit de registratie voor schepen, mandaat en machtiging tot:
a. het toewijzend beslissen op verzoeken tot het verstrekken van inlichtingen, bedoeld in artikel 101, eerste lid en tweede lid, van de Kadasterwet, en het verstrekken van de verzochte inlichtingen;
b. het afgeven van een verklaring dat sedert het tijdstip waarop een getuigschrift, afschrift of uittreksel als bedoeld in artikel 103, eerste lid, is afgegeven, in de daarin vermelde gegevens geen wijziging is opgetreden;
c. het verstrekken van uittreksels als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de Maatregel teboekgestelde schepen 1992.
3. De bewaarders verlenen, wat betreft het herstel van bij de bijwerking van de registratie voor schepen begane kennelijke misslagen, mandaat en machtiging tot:
a. het geheel toewijzend beslissen op verzoeken tot het herstel van misslagen als bedoeld in artikel 7t, derde lid Kadasterwet, juncto artikel 26 Regeling Teboekstelling schepen, met uitzondering evenwel van het beslissen over het in de kadastrale registratie plaatsen dan wel verwijderen van verwijzingen naar in de openbare registers ingeschreven stukken;
b. het verrichten van handelingen tot herstel van die misslagen;
c. het verzenden van kennisgevingen als bedoeld in artikel 7t en 58, eerste lid, van de Kadasterwet.
4. De bewaarders verlenen, wat betreft certificaten omtrent binnenschepen, mandaat en machtiging tot:
a. het afgeven van certificaten of duplicaten ervan, bedoeld in de artikelen 9, eerste, derde en vierde lid, en 18, derde lid, tweede zin, en vierde lid, tweede zin, van de Maatregel teboekgestelde schepen 1992, alsmede het daarop plaatsen van aantekeningen, bedoeld in het vierde lid, tweede zin, van dat artikel;
b. het uitreiken van vervangende certificaten en het plaatsen van de aantekening, bedoeld in artikel 10, eerste onderscheidenlijk tweede lid, van de Maatregel teboekgestelde schepen 1992.
5. De bewaarders verlenen, wat betreft het aanbrengen artikel 22, eerste lid Maatregel teboekgestelde schepen 1992 en vernietigen artikel 22, derde lid jo artikel 6, tweede lid Maatregel teboekgestelde schepen 1992 van brandmerken op schepen, machtiging tot het verlenen van opdracht daartoe aan de in artikel 22, eerste lid, onderscheidenlijk 6, derde lid, van de Maatregel teboekgestelde schepen 1992 bedoelde personen.
6. De bewaarders verlenen machtiging tot:
a. het indienen van een verzoek als bedoeld in artikel 28, derde lid, en in artikel 32 juncto artikel 28, derde lid, van de Maatregel teboekgestelde schepen 1992;
b. het doen van kennisgevingen als bedoeld in artikel 16, tweede lid, van de Regeling teboekgestelde schepen 1994;
c. het voeren van overleg, bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de Regeling teboekgestelde schepen 1994;
d. het in kennis stellen en het doen van verzoeken als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de Regeling teboekgestelde schepen 1994.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0035446
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl