BWBR0035444
Geldig vanaf 23-04-2010
Artikel 5
Besluit bewaarders van het kadaster en de openbare registers tot verlening van mandaat en machtiging ten aanzien van het behandelen van klachten en bezwaarschriften aan de medewerkers van het BKK team
1. De uitoefening van de mandaten en machtigingen geschiedt door de gemandateerde en gemachtigde binnen de grenzen van de hem opgedragen taken.
2. De gemandateerde en gemachtigde neemt bij de uitoefening van de aan hem verleende mandaten en machtigingen de van toepassing zijnde wettelijke voorschriften en de instructies van de bewaarder in acht (waaronder onder andere de instructie klacht registratie, de instructie afhandeling van bezwaarschriften, en de interne notitie afhandeling bezwaren en beroepszaken), alsmede de bepalingen van dit besluit.
3. Alle gevallen waarin de gebruikmaking van de in dit besluit omschreven mandaten en machtigingen zou leiden tot het nemen van een beslissing waarvan de juistheid of redelijkheid kan worden betwijfeld, dienen aan de senior te worden voorgelegd.
4. Indien toepassing van de in dit besluit omschreven mandaten en machtigingen zou leiden tot het nemen van een beslissing die niet in overeenstemming zou zijn met de door de bewaarders vastgestelde instructies, omdat ter zake de instructie voor meerdere uitleg vatbaar is of er geen instructie is vastgesteld, dient het geval aan de betrokken senior te worden voorgelegd voor het (nader) uitleg geven van instructies, op grond waarvan de gemandateerde en gemachtigde vervolgens een beslissing neemt of indien er geen instructie aanwezig is dit aan de bewaarder voorlegt.
2. De gemandateerde en gemachtigde neemt bij de uitoefening van de aan hem verleende mandaten en machtigingen de van toepassing zijnde wettelijke voorschriften en de instructies van de bewaarder in acht (waaronder onder andere de instructie klacht registratie, de instructie afhandeling van bezwaarschriften, en de interne notitie afhandeling bezwaren en beroepszaken), alsmede de bepalingen van dit besluit.
3. Alle gevallen waarin de gebruikmaking van de in dit besluit omschreven mandaten en machtigingen zou leiden tot het nemen van een beslissing waarvan de juistheid of redelijkheid kan worden betwijfeld, dienen aan de senior te worden voorgelegd.
4. Indien toepassing van de in dit besluit omschreven mandaten en machtigingen zou leiden tot het nemen van een beslissing die niet in overeenstemming zou zijn met de door de bewaarders vastgestelde instructies, omdat ter zake de instructie voor meerdere uitleg vatbaar is of er geen instructie is vastgesteld, dient het geval aan de betrokken senior te worden voorgelegd voor het (nader) uitleg geven van instructies, op grond waarvan de gemandateerde en gemachtigde vervolgens een beslissing neemt of indien er geen instructie aanwezig is dit aan de bewaarder voorlegt.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0035444
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl