BWBR0035436
Geldig vanaf 2023-12-27
Artikel 3
Sanctieregeling Sudan 2014
1. Het is verboden om militaire goederen, alsmede militaire technologie, aangewezen in de Uitvoeringsregeling strategische goederen 2012, dan wel onderdelen daarvan, direct of indirect te verkopen of te leveren aan, door of uit te voeren naar, dan wel over te dragen aan, daaronder begrepen over te brengen naar, natuurlijke personen of rechtspersonen in Sudan, of voor gebruik in Sudan, ongeacht of de goederen afkomstig zijn uit de lidstaten van de Europese Unie.
2. Het eerste lid is niet van toepassing met vooraf verleende ontheffing van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking op de verkoop, levering, overdracht of uitvoer van:
a. niet-letale militaire uitrusting uitsluitend bestemd voor toezicht op mensenrechten, humanitair of beschermend gebruik, of voor programma’s voor institutionele opbouw van de Verenigde Naties, de Afrikaanse Unie of de Europese Unie;
b. materieel bedoeld voor crisisbeheersingsoperaties van de Verenigde Naties, de Afrikaanse Unie of de Europese Unie;
c. andere voertuigen dan gevechtsvoertuigen die gemaakt zijn van, of uitgerust zijn met, materiaal dat bescherming biedt tegen kogels en die uitsluitend bestemd zijn voor de bescherming van personeel van de Europese Unie en haar lidstaten, van personeel van de Verenigde Naties of de Afrikaanse Unie; en
d. ontmijningsuitrusting en materieel voor gebruik bij ontmijning.
3. Het eerste lid is niet van toepassing op de tijdelijke uitvoer van beschermende kleding voor persoonlijk gebruik, met inbegrip van scherfwerende vesten en militaire helmen, door personeel van de Europese Unie of van haar lidstaten, door personeel van de Verenigde Naties, vertegenwoordigers van de media, of door medewerkers van humanitaire organisaties en ontwikkelingswerkers en aanverwant personeel.
2. Het eerste lid is niet van toepassing met vooraf verleende ontheffing van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking op de verkoop, levering, overdracht of uitvoer van:
a. niet-letale militaire uitrusting uitsluitend bestemd voor toezicht op mensenrechten, humanitair of beschermend gebruik, of voor programma’s voor institutionele opbouw van de Verenigde Naties, de Afrikaanse Unie of de Europese Unie;
b. materieel bedoeld voor crisisbeheersingsoperaties van de Verenigde Naties, de Afrikaanse Unie of de Europese Unie;
c. andere voertuigen dan gevechtsvoertuigen die gemaakt zijn van, of uitgerust zijn met, materiaal dat bescherming biedt tegen kogels en die uitsluitend bestemd zijn voor de bescherming van personeel van de Europese Unie en haar lidstaten, van personeel van de Verenigde Naties of de Afrikaanse Unie; en
d. ontmijningsuitrusting en materieel voor gebruik bij ontmijning.
3. Het eerste lid is niet van toepassing op de tijdelijke uitvoer van beschermende kleding voor persoonlijk gebruik, met inbegrip van scherfwerende vesten en militaire helmen, door personeel van de Europese Unie of van haar lidstaten, door personeel van de Verenigde Naties, vertegenwoordigers van de media, of door medewerkers van humanitaire organisaties en ontwikkelingswerkers en aanverwant personeel.