BWBR0035433
Geldig vanaf 2021-01-01
Artikel 3
Subsidieregeling abortusklinieken
1. Subsidie wordt slechts verleend indien:
a. naar het oordeel van de minister mag worden verwacht dat de met de subsidiëring beoogde doeleinden zullen worden bereikt;
b. de aanvrager naar het oordeel van de minister de behoefte aan subsidie heeft aangetoond, en
c. de aanvrager aannemelijk heeft gemaakt dat de financiële middelen met inbegrip van subsidie voldoende zullen zijn om de voorgenomen activiteiten uit te voeren.
2. Het eerste lid, onderdelen b en c, zijn niet van toepassing op rechtspersonen krachtens publiekrecht ingesteld.
a. naar het oordeel van de minister mag worden verwacht dat de met de subsidiëring beoogde doeleinden zullen worden bereikt;
b. de aanvrager naar het oordeel van de minister de behoefte aan subsidie heeft aangetoond, en
c. de aanvrager aannemelijk heeft gemaakt dat de financiële middelen met inbegrip van subsidie voldoende zullen zijn om de voorgenomen activiteiten uit te voeren.
2. Het eerste lid, onderdelen b en c, zijn niet van toepassing op rechtspersonen krachtens publiekrecht ingesteld.