BWBR0035410
Geldig vanaf 01-01-2015
Artikel 3
Regeling Integraal macrobeheersmodel
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. bovengrens: grens als bedoeld in artikel 50, tweede lid, aanhef en onder c, van de Wmg.
b. omzet: de in artikel 7 van de beleidsregel ‘Integraal macrobeheersmodel’ bedoelde tariefopbrengsten met betrekking tot de in artikel 1 van die beleidsregel en artikel 1 van deze regeling genoemde vormen van zorg.
c. zorg: medisch specialistische zorg, audiologische zorg, trombosezorg, zorg in het kader van erfelijkheidsadvisering en mondzorg zoals kaakchirurgen die bieden, met uitsluiting van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg zoals bedoeld in de “Wet tot wijziging van het tijdstip waarop de geneeskundige geestelijke gezondheidszorg deel uitmaakt van de aanspraken ingevolge een zorgverzekering als bedoeld in de Zorgverzekerings-wet” van 22 november 2006.
d. zorgaanbieder: natuurlijke persoon of rechtspersoon als bedoeld in artikel 1, aanhef en onderdeel c, van de Wmg.
e. zorgverlener: instelling of solist.
f. instelling: instelling als bedoeld in artikel 1.2, aanhef en onder 1 (instellingen voor medisch specialistische zorg), 2 (audiologische centra), 3 (trombosediensten) en 13 (instellingen voor erfelijk-heidsadvisering) van het Uitvoeringsbesluit WTZi.
g. solist: solistisch werkende zorgaanbieder die, anders dan in dienst of onmiddellijk of middellijk in opdracht van een instelling, zelfstandig beroepsmatig een of meer van de vormen van zorg genoemd in artikel 1 van deze beleidsregel verleent.
h. tariefopbrengst: de tarieven voor DBC-zorgproducten en overige zorgproducten die in rekening zijn of hadden kunnen worden gebracht door zorgverleners voor zover zij als ‘eigen zorgverlener’ voor een ‘eigen patiënt’ hebben opgetreden.
i. DBC-zorgproduct: declarabele prestatie die is afgeleid uit een subtraject met zorgactiviteiten via de beslisbomen. Een subtraject leidt in combinatie met de geleverde zorgactiviteiten tot een declarabel DBC-zorgproduct als het voldoet aan de voorwaarden van de beslisbomen.
j. overig zorgproduct: prestatie binnen de medisch specialistische zorg, niet zijnde een DBC-zorgproduct. Overige zorgproducten zijn per 2013 onderverdeeld in vier hoofdcategorieën: supplementaire producten, eerstelijnsdiagnostiek (ELD), paramedische behandeling en onderzoek, en overige verrichtingen.
k. eigen zorgverlener: zorgverlener tot wie de patiënt zich met een zorgvraag heeft gewend en die verantwoordelijk is voor het afhandelen van die zorgvraag, al dan niet met andere mede behandelende zorgaanbieders.
l. eigen patiënt: een patiënt is een eigen patiënt van de zorgverlener, indien deze patiënt zich met een zorgvraag tot de betreffende zorgverlener heeft gewend én die zorgverlener verantwoordelijk is voor het afhandelen van die zorgvraag, al dan niet met andere mede behandelende zorgaanbieders.
m. Zorgverzekeringsfonds: het fonds bedoeld in artikel 39 van de Zorgverzekeringswet.
a. bovengrens: grens als bedoeld in artikel 50, tweede lid, aanhef en onder c, van de Wmg.
b. omzet: de in artikel 7 van de beleidsregel ‘Integraal macrobeheersmodel’ bedoelde tariefopbrengsten met betrekking tot de in artikel 1 van die beleidsregel en artikel 1 van deze regeling genoemde vormen van zorg.
c. zorg: medisch specialistische zorg, audiologische zorg, trombosezorg, zorg in het kader van erfelijkheidsadvisering en mondzorg zoals kaakchirurgen die bieden, met uitsluiting van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg zoals bedoeld in de “Wet tot wijziging van het tijdstip waarop de geneeskundige geestelijke gezondheidszorg deel uitmaakt van de aanspraken ingevolge een zorgverzekering als bedoeld in de Zorgverzekerings-wet” van 22 november 2006.
d. zorgaanbieder: natuurlijke persoon of rechtspersoon als bedoeld in artikel 1, aanhef en onderdeel c, van de Wmg.
e. zorgverlener: instelling of solist.
f. instelling: instelling als bedoeld in artikel 1.2, aanhef en onder 1 (instellingen voor medisch specialistische zorg), 2 (audiologische centra), 3 (trombosediensten) en 13 (instellingen voor erfelijk-heidsadvisering) van het Uitvoeringsbesluit WTZi.
g. solist: solistisch werkende zorgaanbieder die, anders dan in dienst of onmiddellijk of middellijk in opdracht van een instelling, zelfstandig beroepsmatig een of meer van de vormen van zorg genoemd in artikel 1 van deze beleidsregel verleent.
h. tariefopbrengst: de tarieven voor DBC-zorgproducten en overige zorgproducten die in rekening zijn of hadden kunnen worden gebracht door zorgverleners voor zover zij als ‘eigen zorgverlener’ voor een ‘eigen patiënt’ hebben opgetreden.
i. DBC-zorgproduct: declarabele prestatie die is afgeleid uit een subtraject met zorgactiviteiten via de beslisbomen. Een subtraject leidt in combinatie met de geleverde zorgactiviteiten tot een declarabel DBC-zorgproduct als het voldoet aan de voorwaarden van de beslisbomen.
j. overig zorgproduct: prestatie binnen de medisch specialistische zorg, niet zijnde een DBC-zorgproduct. Overige zorgproducten zijn per 2013 onderverdeeld in vier hoofdcategorieën: supplementaire producten, eerstelijnsdiagnostiek (ELD), paramedische behandeling en onderzoek, en overige verrichtingen.
k. eigen zorgverlener: zorgverlener tot wie de patiënt zich met een zorgvraag heeft gewend en die verantwoordelijk is voor het afhandelen van die zorgvraag, al dan niet met andere mede behandelende zorgaanbieders.
l. eigen patiënt: een patiënt is een eigen patiënt van de zorgverlener, indien deze patiënt zich met een zorgvraag tot de betreffende zorgverlener heeft gewend én die zorgverlener verantwoordelijk is voor het afhandelen van die zorgvraag, al dan niet met andere mede behandelende zorgaanbieders.
m. Zorgverzekeringsfonds: het fonds bedoeld in artikel 39 van de Zorgverzekeringswet.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0035410
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl