BWBR0035394
Geldig vanaf 2014-07-29
Artikel 2
Sanctieregeling inlijving Krim en Sebastopol 2014
1. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 2bis, derde lid, van Verordening (EU) nr. 692/2014 is de Minister van Financiën. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 2ter, vierde lid, artikel 2sexies en artikel 3, onderdeel a, van Verordening (EU) nr. 692/2014 is de Minister van Financiën voor zover het betreft financiering, het verlenen van een financiële lening, financiële bijstand, een krediet, een verzekering, een herverzekering, het uitbreiden van een deelneming of het oprichten van een joint venture.
2. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 2ter, vierde lid, artikel 2 quater, zevende lid, artikel 2sexies en artikel 3, onderdeel a, van Verordening (EU) nr. 692/2014 is de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp voor zover het betreft het verlenen van technische bijstand, tussenhandeldiensten, bouwdiensten of ingenieursdiensten, dan wel een melding over de invoer van goederen.
3. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 2quinquies, derde en vierde lid, is de Minister van Infrastructuur en Milieu.
4. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 2 quater, achtste lid, van Verordening (EU) nr. 692/2014is de Minister van Financiën, de Minister van Buitenlandse Zaken, de Minister van Economische Zaken, de Minister van Klimaat en Groene Groei of de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp, elk voor het gebied waartoe hun competenties zich uitstrekken.
5. De bevoegde autoriteiten, bedoeld in artikel 7 bis, derde lid, van Verordening (EU) nr. 692/2014, zijn:
a. alle bevoegde autoriteiten die zijn aangewezen bij of krachtens de Sanctiewet 1977;
b. alle toezichthouders en toezichthoudende ambtenaren die bij of krachtens de Sanctiewet 1977 belast zijn met het toezicht op de naleving van Verordening (EU) nr. 692/2014 of de bij of krachtens de Sanctiewet 1977 gestelde voorschriften;
c. alle autoriteiten of beheerders van registers die bij of krachtens de Sanctiewet 1977 belast zijn met de uitvoering van Verordening (EU) nr. 692/2014; of
d. de Financiële inlichtingen eenheid, bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme.
2. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 2ter, vierde lid, artikel 2 quater, zevende lid, artikel 2sexies en artikel 3, onderdeel a, van Verordening (EU) nr. 692/2014 is de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp voor zover het betreft het verlenen van technische bijstand, tussenhandeldiensten, bouwdiensten of ingenieursdiensten, dan wel een melding over de invoer van goederen.
3. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 2quinquies, derde en vierde lid, is de Minister van Infrastructuur en Milieu.
4. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 2 quater, achtste lid, van Verordening (EU) nr. 692/2014is de Minister van Financiën, de Minister van Buitenlandse Zaken, de Minister van Economische Zaken, de Minister van Klimaat en Groene Groei of de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp, elk voor het gebied waartoe hun competenties zich uitstrekken.
5. De bevoegde autoriteiten, bedoeld in artikel 7 bis, derde lid, van Verordening (EU) nr. 692/2014, zijn:
a. alle bevoegde autoriteiten die zijn aangewezen bij of krachtens de Sanctiewet 1977;
b. alle toezichthouders en toezichthoudende ambtenaren die bij of krachtens de Sanctiewet 1977 belast zijn met het toezicht op de naleving van Verordening (EU) nr. 692/2014 of de bij of krachtens de Sanctiewet 1977 gestelde voorschriften;
c. alle autoriteiten of beheerders van registers die bij of krachtens de Sanctiewet 1977 belast zijn met de uitvoering van Verordening (EU) nr. 692/2014; of
d. de Financiële inlichtingen eenheid, bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme.