BWBR0035386
Geldig vanaf 2015-01-01
Artikel IV
Wijzigingswet Wet participatiebudget, enz. (invoeren specifieke uitkering educatie en vervallen verplichte besteding educatiemiddelen bij regionale opleidingencentra)
1. Artikel 14 van de Wet participatiebudget, de artikelen 1.3.1en 2.3.4 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, artikel 1, onderdeel f, onder 4°, van de Les- en cursusgeldweten artikel 15, eerste lid, onder d en e, van het Uitvoeringsbesluit Les- en cursusgeldwet 2000zoals luidend op 31 december 2014 zijn van overeenkomstige toepassing op de besteding van
a. ten minste 75% van de uitkering die een contactgemeente in 2015 ontvangt op grond van artikel IIIA,
b. ten minste 50% van de uitkering die een contactgemeente in 2016 ontvangt op grond van artikel 2.3.2, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs en
c. ten minste 25% van de uitkering die een contactgemeente in 2017 ontvangt op grond van artikel 2.3.2, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs.
2. Van de percentages, bedoeld in het eerste lid, kan worden afgeweken voor zover het college van burgemeester en wethouders van de contactgemeente daarover overeenstemming heeft bereikt met de instelling waarmee een college van burgemeester en wethouders van een gemeente in de betreffende regio een overeenkomst uitkering educatie als bedoeld in artikel 2.3.4 van de Wet educatie en beroepsonderwijsheeft gesloten voor het kalenderjaar, voorafgaande aan de inwerkingtreding van deze wet.
3. Indien de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten in de betreffende regio met twee of meer instellingen een overeenkomst uitkering educatie hebben gesloten voor het kalenderjaar, voorafgaande aan de inwerkingtreding van deze wet, wordt het tweede lid voor elk van die instellingen toegepast naar rato van de educatiebedragen die voor dat jaar aan de betreffende instelling zijn betaald.
a. ten minste 75% van de uitkering die een contactgemeente in 2015 ontvangt op grond van artikel IIIA,
b. ten minste 50% van de uitkering die een contactgemeente in 2016 ontvangt op grond van artikel 2.3.2, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs en
c. ten minste 25% van de uitkering die een contactgemeente in 2017 ontvangt op grond van artikel 2.3.2, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs.
2. Van de percentages, bedoeld in het eerste lid, kan worden afgeweken voor zover het college van burgemeester en wethouders van de contactgemeente daarover overeenstemming heeft bereikt met de instelling waarmee een college van burgemeester en wethouders van een gemeente in de betreffende regio een overeenkomst uitkering educatie als bedoeld in artikel 2.3.4 van de Wet educatie en beroepsonderwijsheeft gesloten voor het kalenderjaar, voorafgaande aan de inwerkingtreding van deze wet.
3. Indien de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten in de betreffende regio met twee of meer instellingen een overeenkomst uitkering educatie hebben gesloten voor het kalenderjaar, voorafgaande aan de inwerkingtreding van deze wet, wordt het tweede lid voor elk van die instellingen toegepast naar rato van de educatiebedragen die voor dat jaar aan de betreffende instelling zijn betaald.