BWBR0035374
Geldig vanaf 01-11-2008
Artikel 5
Reglement voor de gebruikersraad Kadaster 2008
1. Uitsluitend natuurlijke personen kunnen als lid of plaatsvervangend lid van de gebruikersraad worden aangewezen. Indien een organisatie, vereniging of instelling krachtens de artikelen 3 en 4 een lid aanwijst voor de rechtszekerheidskamer en de geo-informatiekamer, kan die organisatie, vereniging of instelling besluiten om dezelfde persoon als lid aan te wijzen voor beide kamers. De betreffende organisatie, vereniging of instelling informeert schriftelijk vooraf en tijdig het bestuur over de aanwijzing van een lid. Nieuwe leden ontvangen een introductie over het Kadaster.
2. Leden en plaatsvervangende leden worden voor een periode van ten hoogste vier jaar aangewezen. De leden en plaatsvervangende leden kunnen na het verstrijken van de periode waarvoor zij zijn aangewezen, één keer voor een periode van ten hoogste vier jaar opnieuw worden aangewezen.
3. De gebruikersraad stelt, met inachtneming van het tweede lid, een rooster van aftreden vast.
4. Het lidmaatschap eindigt door:
a. het bereiken van het tijdstip van aftreden dat voor dat lid in het rooster van aftreden is vastgesteld;
b. een vooraf en tijdig aan het bestuur gedane schriftelijke mededeling van een lid dat hij het lidmaatschap opzegt, of
c. een vooraf en tijdig aan het bestuur gedane schriftelijke mededeling van de organisatie, vereniging, instelling of bedrijven door wie het lid is aangewezen, dat in plaats van dat lid een ander persoon als lid wordt aangewezen.
5. Het bestuur kan, gelet op de sterk gewijzigde omstandigheden ten opzichte van het tijdstip waarop door de betreffende organisatie, vereniging, instelling of bedrijven een lid van de gebruikersraad is aangewezen, na overleg met die organisatie, vereniging of instelling, bepalen dat na het verstrijken van de periode waarvoor het lid is aangewezen de aanwijzing van een lid voor een daaropvolgende periode niet of op een andere wijze plaatsvindt dan wordt bepaald in artikel 3, eerste lid, of artikel 4, eerste lid.
6. Indien de omstandigheden ten opzichte van het tijdstip waarop door de betreffende organisatie, vereniging, instelling of bedrijven een lid van de gebruikersraad is aangewezen zozeer gewijzigd zijn dat het onredelijk is dat dat lid zijn lidmaatschap gedurende die periode waarvoor hij is aangewezen voortzet, kan het bestuur na overleg met die organisatie, vereniging, instelling of bedrijven het lidmaatschap tussentijds beëindigen en toepassing geven aan het vijfde lid.
7. Dit reglement wordt na toepassing van het vijfde of zesde lid zo spoedig mogelijk aangepast.
2. Leden en plaatsvervangende leden worden voor een periode van ten hoogste vier jaar aangewezen. De leden en plaatsvervangende leden kunnen na het verstrijken van de periode waarvoor zij zijn aangewezen, één keer voor een periode van ten hoogste vier jaar opnieuw worden aangewezen.
3. De gebruikersraad stelt, met inachtneming van het tweede lid, een rooster van aftreden vast.
4. Het lidmaatschap eindigt door:
a. het bereiken van het tijdstip van aftreden dat voor dat lid in het rooster van aftreden is vastgesteld;
b. een vooraf en tijdig aan het bestuur gedane schriftelijke mededeling van een lid dat hij het lidmaatschap opzegt, of
c. een vooraf en tijdig aan het bestuur gedane schriftelijke mededeling van de organisatie, vereniging, instelling of bedrijven door wie het lid is aangewezen, dat in plaats van dat lid een ander persoon als lid wordt aangewezen.
5. Het bestuur kan, gelet op de sterk gewijzigde omstandigheden ten opzichte van het tijdstip waarop door de betreffende organisatie, vereniging, instelling of bedrijven een lid van de gebruikersraad is aangewezen, na overleg met die organisatie, vereniging of instelling, bepalen dat na het verstrijken van de periode waarvoor het lid is aangewezen de aanwijzing van een lid voor een daaropvolgende periode niet of op een andere wijze plaatsvindt dan wordt bepaald in artikel 3, eerste lid, of artikel 4, eerste lid.
6. Indien de omstandigheden ten opzichte van het tijdstip waarop door de betreffende organisatie, vereniging, instelling of bedrijven een lid van de gebruikersraad is aangewezen zozeer gewijzigd zijn dat het onredelijk is dat dat lid zijn lidmaatschap gedurende die periode waarvoor hij is aangewezen voortzet, kan het bestuur na overleg met die organisatie, vereniging, instelling of bedrijven het lidmaatschap tussentijds beëindigen en toepassing geven aan het vijfde lid.
7. Dit reglement wordt na toepassing van het vijfde of zesde lid zo spoedig mogelijk aangepast.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0035374
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl