BWBR0035372
Geldig vanaf 2014-07-01
Artikel 7
Regeling vervoer van justitiabelen
1. Alvorens het transport aanvangt kan de justitiabele door de transportgeleider aan zijn lichaam of aan zijn kleding worden onderzocht.
2. De voorwerpen die door de transportgeleider bij het onderzoek aan lichaam of kleding zijn ingenomen, worden genoteerd.
3. De wagencommandant kan bepalen dat de ingeslotene sieraden en handbagage tijdens het transport onder zich houdt.
4. Goederen die bij het onderzoek aan lichaam of kleding worden aangetroffen en waarvan het bezit een strafbaar feit oplevert, dan wel die anderszins niet zijn toegestaan, worden inbeslaggenomen.
5. Bij aankomst of de overdracht van de justitiabele worden, indien mogelijk in aanwezigheid van de justitiabele, de bij het onderzoek aan lichaam of kleding ingenomen artikelen op volledigheid gecontroleerd.
2. De voorwerpen die door de transportgeleider bij het onderzoek aan lichaam of kleding zijn ingenomen, worden genoteerd.
3. De wagencommandant kan bepalen dat de ingeslotene sieraden en handbagage tijdens het transport onder zich houdt.
4. Goederen die bij het onderzoek aan lichaam of kleding worden aangetroffen en waarvan het bezit een strafbaar feit oplevert, dan wel die anderszins niet zijn toegestaan, worden inbeslaggenomen.
5. Bij aankomst of de overdracht van de justitiabele worden, indien mogelijk in aanwezigheid van de justitiabele, de bij het onderzoek aan lichaam of kleding ingenomen artikelen op volledigheid gecontroleerd.