BWBR0035366
Geldig vanaf 2014-08-01
Artikel 3
Regeling OV-begeleiderskaart
1. De minister is bevoegd om op aanvraag een OV-begeleiderskaart te verstrekken.
2. De OV-begeleiderskaart wordt niet afgegeven alvorens de aanvraag is getoetst en voldoet aan één of meer van de criteria, bedoeld in artikel 2.
3. Indien het voor de beoordeling van de aanvraag noodzakelijk is, wordt de aanvraag getoetst aan de criteria, bedoeld in artikel 2, door een persoon, ingeschreven in een register als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg.
4. In afwijking van het eerste lid kan de OV-begeleiderskaart worden afgegeven zonder toetsing aan de criteria, bedoeld in artikel 2, indien aan de aanvrager eerder een OV-begeleiderskaart is verstrekt met de mededeling dat bij toekomstige aanvragen gelet op de ernst of de verwachte duur van de beperking geen nadere bewijsstukken meer behoeven te worden verstrekt.
2. De OV-begeleiderskaart wordt niet afgegeven alvorens de aanvraag is getoetst en voldoet aan één of meer van de criteria, bedoeld in artikel 2.
3. Indien het voor de beoordeling van de aanvraag noodzakelijk is, wordt de aanvraag getoetst aan de criteria, bedoeld in artikel 2, door een persoon, ingeschreven in een register als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg.
4. In afwijking van het eerste lid kan de OV-begeleiderskaart worden afgegeven zonder toetsing aan de criteria, bedoeld in artikel 2, indien aan de aanvrager eerder een OV-begeleiderskaart is verstrekt met de mededeling dat bij toekomstige aanvragen gelet op de ernst of de verwachte duur van de beperking geen nadere bewijsstukken meer behoeven te worden verstrekt.