BWBR0035324
Geldig vanaf 2014-08-01
Artikel 6
Regeling gegevensverstrekking Mededingingswet
1. Indien sprake is van de totstandbrenging van een gemeenschappelijke onderneming in de zin van artikel 27, tweede lid, van de weten de totstandbrengende ondernemingen in significante mate actief blijven op
a. dezelfde markt als de gemeenschappelijke onderneming,
b. een markt waarop leveranciers of afnemers van die onderneming werkzaam zijn, of
c. een nauw met die markt verbonden aangrenzende markt,
wordt de omzet van elke totstandbrengende onderneming in het voorafgaande boekjaar vermeld met een beschrijving van het economisch belang van de activiteiten van de gemeenschappelijke onderneming dat aan die omzet gerelateerd is en wordt tevens het marktaandeel van elke totstandbrengende onderneming vermeld.
2. Artikel 2, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
3. Indien met de totstandbrenging van de gemeenschappelijke onderneming naar het oordeel van de betrokken ondernemingen niet de coördinatie van het concurrentiegedrag van de totstandbrengende ondernemingen wordt beoogd of totstandgebracht, of indien de bij de concentratie betrokken ondernemingen menen dat voldaan is aan de criteria van artikel 6, derde lid, van de wet, wordt vermeld welke overwegingen aan dit oordeel ten grondslag liggen.
a. dezelfde markt als de gemeenschappelijke onderneming,
b. een markt waarop leveranciers of afnemers van die onderneming werkzaam zijn, of
c. een nauw met die markt verbonden aangrenzende markt,
wordt de omzet van elke totstandbrengende onderneming in het voorafgaande boekjaar vermeld met een beschrijving van het economisch belang van de activiteiten van de gemeenschappelijke onderneming dat aan die omzet gerelateerd is en wordt tevens het marktaandeel van elke totstandbrengende onderneming vermeld.
2. Artikel 2, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
3. Indien met de totstandbrenging van de gemeenschappelijke onderneming naar het oordeel van de betrokken ondernemingen niet de coördinatie van het concurrentiegedrag van de totstandbrengende ondernemingen wordt beoogd of totstandgebracht, of indien de bij de concentratie betrokken ondernemingen menen dat voldaan is aan de criteria van artikel 6, derde lid, van de wet, wordt vermeld welke overwegingen aan dit oordeel ten grondslag liggen.