BWBR0035303
Geldig vanaf 2015-01-01
Artikel 10
Huisvestingswet 2014
1. De gemeenteraad wijst indien hij toepassing heeft gegeven aan artikel 7in de huisvestingsverordening de categorieën woningzoekenden aan die voor het verkrijgen van een huisvestingsvergunning in aanmerking komen.
2. Voor een huisvestingsvergunning komen slechts in aanmerking woningzoekenden die:
a. de Nederlandse nationaliteit bezitten of op grond van een wettelijke bepaling als Nederlander worden behandeld;
b. vreemdeling zijn en rechtmatig verblijf in Nederland hebben als bedoeld in artikel 8, onderdelen a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000, of
c. vreemdeling zijn en rechtmatig verblijf hebben in Nederland als bedoeld in artikel 8, onderdelen g en h, van de Vreemdelingenwet 2000 en in afwachting zijn van een verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning als bedoeld in de artikelen 14 of 28 van die wet.
3. Indien de gemeenteraad op grond van artikel 7, eerste lid, middeldure huurwoonruimte als categorie heeft aangewezen, bepaalt hij dat met betrekking tot de categorie middeldure huurwoonruimte slechts woningzoekenden met een middeninkomen in aanmerking komen voor het verkrijgen van een huisvestingsvergunning.
4. Als woningzoekende met een middeninkomen wordt aangemerkt een eenpersoonshuishouden met een huishoudinkomen dat niet hoger is dan € 67.366 en een meerpersoonshuishouden met een huishoudinkomen dat niet hoger is dan € 89.821. De gemeenteraad kan in de huisvestingsverordening de in de eerste zin genoemde bedragen hoger vaststellen.
5. Bij ministeriële regeling worden de bedragen, genoemd in het vierde lid, met ingang van 1 januari van elk jaar gewijzigd met de procentuele wijziging per 1 januari van het peiljaar, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0005290/artikel/252a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 252a, tweede lid, onderdeel f, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek</a>, van het bedrag, genoemd in <a href="/wet/BWBR0008659/artikel/17" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 17, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op de huurtoeslag</a>.
2. Voor een huisvestingsvergunning komen slechts in aanmerking woningzoekenden die:
a. de Nederlandse nationaliteit bezitten of op grond van een wettelijke bepaling als Nederlander worden behandeld;
b. vreemdeling zijn en rechtmatig verblijf in Nederland hebben als bedoeld in artikel 8, onderdelen a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000, of
c. vreemdeling zijn en rechtmatig verblijf hebben in Nederland als bedoeld in artikel 8, onderdelen g en h, van de Vreemdelingenwet 2000 en in afwachting zijn van een verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning als bedoeld in de artikelen 14 of 28 van die wet.
3. Indien de gemeenteraad op grond van artikel 7, eerste lid, middeldure huurwoonruimte als categorie heeft aangewezen, bepaalt hij dat met betrekking tot de categorie middeldure huurwoonruimte slechts woningzoekenden met een middeninkomen in aanmerking komen voor het verkrijgen van een huisvestingsvergunning.
4. Als woningzoekende met een middeninkomen wordt aangemerkt een eenpersoonshuishouden met een huishoudinkomen dat niet hoger is dan € 67.366 en een meerpersoonshuishouden met een huishoudinkomen dat niet hoger is dan € 89.821. De gemeenteraad kan in de huisvestingsverordening de in de eerste zin genoemde bedragen hoger vaststellen.
5. Bij ministeriële regeling worden de bedragen, genoemd in het vierde lid, met ingang van 1 januari van elk jaar gewijzigd met de procentuele wijziging per 1 januari van het peiljaar, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0005290/artikel/252a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 252a, tweede lid, onderdeel f, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek</a>, van het bedrag, genoemd in <a href="/wet/BWBR0008659/artikel/17" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 17, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op de huurtoeslag</a>.