BWBR0035289
Geldig vanaf 2014-07-05
Artikel 3
Beleidsregel vergunning visserij met aangepaste aalvistuigen op andere soorten dan aal
1. Aan een vergunning als bedoeld in artikel 1zijn in ieder geval de volgende voorschriften verbonden:
a. gevangen aal wordt onmiddellijk teruggezet in het water waarin het is gevangen;
b. de visserij, die met de vergunning mogelijk wordt gemaakt, vindt plaats overeenkomstig het projectplan dat is ingediend bij de aanvraag, en
c. de vergunninghouder rapporteert voor 31 december van het jaar waarin de vergunning is verleend over: 1°. de bevindingen in het kader van de controles, bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderdeel a, subonderdeel 1°;
2°. de sancties, die zijn opgelegd aan degene bij wie een overtreding is geconstateerd, en
3°. door controleurs, die zijn ingezet door de vergunninghouder, tijdens het lichten van bij de visserij gebruikte fuiken aangetroffen aal, onderscheiden naar typen vistuig waarin deze werd aantroffen, en bevindingen ten aanzien van slijm van alen die uit de vistuigen zijn ontsnapt, onderscheiden naar typen vistuig.
1°. de bevindingen in het kader van de controles, bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderdeel a, subonderdeel 1°;
2°. de sancties, die zijn opgelegd aan degene bij wie een overtreding is geconstateerd, en
3°. door controleurs, die zijn ingezet door de vergunninghouder, tijdens het lichten van bij de visserij gebruikte fuiken aangetroffen aal, onderscheiden naar typen vistuig waarin deze werd aantroffen, en bevindingen ten aanzien van slijm van alen die uit de vistuigen zijn ontsnapt, onderscheiden naar typen vistuig.
2. Aan de vergunning kunnen andere voorschriften worden verbonden met het oog op het voorkomen van bijvangst van aal.
3. Indien niet aan de voorschriften wordt voldaan kan de vergunning worden ingetrokken.
a. gevangen aal wordt onmiddellijk teruggezet in het water waarin het is gevangen;
b. de visserij, die met de vergunning mogelijk wordt gemaakt, vindt plaats overeenkomstig het projectplan dat is ingediend bij de aanvraag, en
c. de vergunninghouder rapporteert voor 31 december van het jaar waarin de vergunning is verleend over: 1°. de bevindingen in het kader van de controles, bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderdeel a, subonderdeel 1°;
2°. de sancties, die zijn opgelegd aan degene bij wie een overtreding is geconstateerd, en
3°. door controleurs, die zijn ingezet door de vergunninghouder, tijdens het lichten van bij de visserij gebruikte fuiken aangetroffen aal, onderscheiden naar typen vistuig waarin deze werd aantroffen, en bevindingen ten aanzien van slijm van alen die uit de vistuigen zijn ontsnapt, onderscheiden naar typen vistuig.
1°. de bevindingen in het kader van de controles, bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderdeel a, subonderdeel 1°;
2°. de sancties, die zijn opgelegd aan degene bij wie een overtreding is geconstateerd, en
3°. door controleurs, die zijn ingezet door de vergunninghouder, tijdens het lichten van bij de visserij gebruikte fuiken aangetroffen aal, onderscheiden naar typen vistuig waarin deze werd aantroffen, en bevindingen ten aanzien van slijm van alen die uit de vistuigen zijn ontsnapt, onderscheiden naar typen vistuig.
2. Aan de vergunning kunnen andere voorschriften worden verbonden met het oog op het voorkomen van bijvangst van aal.
3. Indien niet aan de voorschriften wordt voldaan kan de vergunning worden ingetrokken.