BWBR0035277
Geldig vanaf 2014-07-04
Artikel 4
Instellingsbesluit Interdepartementale commissie ruimtevaart 2014
1. In de ICR hebben zitting als lid:
a. een door de minister aangewezen ambtelijk voorzitter;
b. één ambtenaar, aangewezen door de Minister van Buitenlandse Zaken;
c. één ambtenaar, aangewezen door de Minister van Defensie;
d. één ambtenaar, aangewezen door de Minister van Infrastructuur en Milieu;
e. één ambtenaar, aangewezen door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
f. één ambtenaar, aangewezen door de Minister van Veiligheid en Justitie;
g. één ambtenaar, aangewezen door de minister.
2. De voorzitter van de ICR is tevens leider van de Nederlandse ambtelijke delegatie in de ESA-Raad.
3. In de ICR hebben zitting als adviserend lid:
a. één vertegenwoordiger van het NSO;
b. één vertegenwoordiger van de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek.
4. De minister kan, op voordracht van de ICR, andere adviserende leden aanwijzen.
5. De minister voorziet in het secretariaat van de ICR.
a. een door de minister aangewezen ambtelijk voorzitter;
b. één ambtenaar, aangewezen door de Minister van Buitenlandse Zaken;
c. één ambtenaar, aangewezen door de Minister van Defensie;
d. één ambtenaar, aangewezen door de Minister van Infrastructuur en Milieu;
e. één ambtenaar, aangewezen door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
f. één ambtenaar, aangewezen door de Minister van Veiligheid en Justitie;
g. één ambtenaar, aangewezen door de minister.
2. De voorzitter van de ICR is tevens leider van de Nederlandse ambtelijke delegatie in de ESA-Raad.
3. In de ICR hebben zitting als adviserend lid:
a. één vertegenwoordiger van het NSO;
b. één vertegenwoordiger van de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek.
4. De minister kan, op voordracht van de ICR, andere adviserende leden aanwijzen.
5. De minister voorziet in het secretariaat van de ICR.