BWBR0035268
Geldig vanaf 2014-08-01
Artikel 3
Regeling nadere voorschriften opting out en vermindering verplichte herbesteding in verband met overgangsbekostiging afschaffing leerlinggebonden financiering
1. Indien een samenwerkingsverband gebruik maakt van opting out in schooljaar 2014–2015 als bedoeld in artikel 2, vervalt de verplichting tot herbesteding in schooljaar 2015–2016 volledig.
2. De verplichting tot herbesteding in schooljaar 2015–2016 wordt verminderd of komt te vervallen indien het bestuur van het samenwerkingsverband overeenstemming heeft bereikt met één of meer bevoegde gezagsorganen van scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs cluster 3 en 4 die op 1 oktober 2013 de ambulante begeleiding verzorgden ten behoeve van leerlingen op scholen in het samenwerkingsverband en met de vakorganisaties over het betrokken personeel.
3. De herbestedingsplicht wordt verminderd met het volledige personele deel van het bekostigingsbedrag dat voor ambulante begeleiding naar de scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs cluster 3 en 4 ging waarmee overeenstemming wordt bereikt.
4. Indien met de bevoegde gezagsorganen van alle scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs cluster 3 en 4 die op 1 oktober 2013 ambulante begeleiding verzorgden ten behoeve van leerlingen op scholen in het samenwerkingsverband, en met de vakorganisaties overeenstemming is bereikt, vervalt de verplichting tot herbesteding volledig.
5. Er hoeft geen overleg te worden gevoerd en overeenstemming te worden bereikt met de bevoegde gezagsorganen van de scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs ‘De Waterlelie’ te Cruquius en ‘De Berkenschutse’ te Heeze.
6. De afspraken om de verplichting tot herbesteding te verminderen hebben geen betrekking op personeel dat na 1 mei 2012 zelf ontslag heeft genomen of met pensioen is gegaan, noch op personeel dat met ingang van schooljaar 2015–2016 om voornoemde redenen op natuurlijke wijze zal uitstromen.
2. De verplichting tot herbesteding in schooljaar 2015–2016 wordt verminderd of komt te vervallen indien het bestuur van het samenwerkingsverband overeenstemming heeft bereikt met één of meer bevoegde gezagsorganen van scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs cluster 3 en 4 die op 1 oktober 2013 de ambulante begeleiding verzorgden ten behoeve van leerlingen op scholen in het samenwerkingsverband en met de vakorganisaties over het betrokken personeel.
3. De herbestedingsplicht wordt verminderd met het volledige personele deel van het bekostigingsbedrag dat voor ambulante begeleiding naar de scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs cluster 3 en 4 ging waarmee overeenstemming wordt bereikt.
4. Indien met de bevoegde gezagsorganen van alle scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs cluster 3 en 4 die op 1 oktober 2013 ambulante begeleiding verzorgden ten behoeve van leerlingen op scholen in het samenwerkingsverband, en met de vakorganisaties overeenstemming is bereikt, vervalt de verplichting tot herbesteding volledig.
5. Er hoeft geen overleg te worden gevoerd en overeenstemming te worden bereikt met de bevoegde gezagsorganen van de scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs ‘De Waterlelie’ te Cruquius en ‘De Berkenschutse’ te Heeze.
6. De afspraken om de verplichting tot herbesteding te verminderen hebben geen betrekking op personeel dat na 1 mei 2012 zelf ontslag heeft genomen of met pensioen is gegaan, noch op personeel dat met ingang van schooljaar 2015–2016 om voornoemde redenen op natuurlijke wijze zal uitstromen.