BWBR0035261
Geldig vanaf 2014-07-01
Artikel 22
Besluit uitvoering kinderbijslag
1. Indien het bij koninklijke boodschap van 2 september 2013 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Algemene Kinderbijslagwet, de Wet op het kindgebonden budget, de Wet werk en bijstand, de Wet inkomstenbelasting 2001, de Wet studiefinanciering 2000 en enige andere wetten in verband met hervorming en versobering van de kindregelingen (Wet hervorming kindregelingen) (33 716) tot wet is verheven en in werking treedt, treden de artikelen van dit besluit in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel A, voor wat betreft artikel 7, eerste tot en met vijfde, achtste en negende lid, van die wetin werking treedt.
2. In afwijking van het eerste lid treedt hoofdstuk 5en artikel 21, tweede lid, onderdeel c, in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel B, van het in het eerste lid genoemde voorstel van wettot wet is verheven en in werking treedt.
3. In afwijking van het eerste lid treedt hoofdstuk 6in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel A, voor wat betreft artikel 7, zesde lid van het in het eerste lid genoemde voorstel van wettot wet is verheven en in werking treedt.
4. In afwijking van het eerste lid treedt artikel 16in werking op het tijdstip waarop artikel III, onderdeel A, van het in het eerste lid genoemde voorstel van wettot wet is verheven en in werking treedt.
5. In afwijking van het eerste lid treedt artikel 17in werking op het tijdstip waarop artikel VIII, onderdeel B, tweede subonderdeel, van het in het eerste lid genoemde voorstel van wettot wet is verheven en in werking treedt.
2. In afwijking van het eerste lid treedt hoofdstuk 5en artikel 21, tweede lid, onderdeel c, in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel B, van het in het eerste lid genoemde voorstel van wettot wet is verheven en in werking treedt.
3. In afwijking van het eerste lid treedt hoofdstuk 6in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel A, voor wat betreft artikel 7, zesde lid van het in het eerste lid genoemde voorstel van wettot wet is verheven en in werking treedt.
4. In afwijking van het eerste lid treedt artikel 16in werking op het tijdstip waarop artikel III, onderdeel A, van het in het eerste lid genoemde voorstel van wettot wet is verheven en in werking treedt.
5. In afwijking van het eerste lid treedt artikel 17in werking op het tijdstip waarop artikel VIII, onderdeel B, tweede subonderdeel, van het in het eerste lid genoemde voorstel van wettot wet is verheven en in werking treedt.