BWBR0035237
Geldig vanaf 2014-06-28
Artikel 24
Veteranenbesluit
1. In geval van overlijden van de belanghebbende die in het genot is van een inkomensvoorziening wordt een uitkering verstrekt:
a. aan de echtgenoot, of aan de partner waarmee de overleden belanghebbende samenleefde;
b. bij ontstentenis van een onder a bedoelde persoon: aan het kind waarvoor, of de kinderen voor wie aanspraak op kinderbijslag bestaat;
c. bij ontstentenis van onder a of b bedoelde personen aan ouders, broers, zusters of kinderen van de belanghebbende indien hij in de noodzakelijke kosten van het levensonderhoud grotendeels bijdroeg.
2. Indien het eerste lid geen toepassing kan vinden kan onze minister de uitkering geheel of gedeeltelijk doen aanwenden ter bestrijding van de kosten van de laatste ziekte en de begrafenis of crematie van de belanghebbende.
3. De uitkering is gelijk aan het bedrag van de aan de belanghebbende toekende inkomensvoorziening over een periode van drie maanden.
a. aan de echtgenoot, of aan de partner waarmee de overleden belanghebbende samenleefde;
b. bij ontstentenis van een onder a bedoelde persoon: aan het kind waarvoor, of de kinderen voor wie aanspraak op kinderbijslag bestaat;
c. bij ontstentenis van onder a of b bedoelde personen aan ouders, broers, zusters of kinderen van de belanghebbende indien hij in de noodzakelijke kosten van het levensonderhoud grotendeels bijdroeg.
2. Indien het eerste lid geen toepassing kan vinden kan onze minister de uitkering geheel of gedeeltelijk doen aanwenden ter bestrijding van de kosten van de laatste ziekte en de begrafenis of crematie van de belanghebbende.
3. De uitkering is gelijk aan het bedrag van de aan de belanghebbende toekende inkomensvoorziening over een periode van drie maanden.