BWBR0035225
Geldig vanaf 21-06-2014
Artikel 8
Reglement behandeling bezwaarschriften UWV 2014
1. UWV stelt de indiener van een bezwaarschrift dat is ingediend na afloop van de wettelijke termijn, in de gelegenheid zijn zienswijze over het verzuim naar voren te brengen. De termijn waarbinnen de zienswijze over het verzuim naar voren wordt gebracht, wordt door UWV bepaald.
2. De in het eerste lid bedoelde termijn kan worden verlengd met een door UWV vastgestelde termijn, mits dat verzoek is ingediend voor afloop van de in het eerste lid bedoelde termijn.
3. Als op basis van de tijdig naar voren gebrachte zienswijze redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat de indiener van het bezwaarschrift in verzuim is geweest, of bij overschrijding van de in het eerste lid bedoelde termijn, dan wel de in het tweede lid bedoelde verlengde termijn, kan het bezwaar niet-ontvankelijk worden verklaard.
2. De in het eerste lid bedoelde termijn kan worden verlengd met een door UWV vastgestelde termijn, mits dat verzoek is ingediend voor afloop van de in het eerste lid bedoelde termijn.
3. Als op basis van de tijdig naar voren gebrachte zienswijze redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat de indiener van het bezwaarschrift in verzuim is geweest, of bij overschrijding van de in het eerste lid bedoelde termijn, dan wel de in het tweede lid bedoelde verlengde termijn, kan het bezwaar niet-ontvankelijk worden verklaard.
- Citeren als
- Art. 8
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0035225
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl