BWBR0035214
Geldig vanaf 2014-06-20
Artikel 7
Instellingsbesluit Commissie van toezicht op het beheer politie
1. De minister stelt documenten en andere informatie beschikbaar die de commissie redelijkerwijs voor haar taakuitoefening nodig heeft en doet hiervan mededeling aan de korpschef.
2. De korpschef draagt er zorg voor dat documenten en andere informatie die de commissie redelijkerwijs voor haar taakuitoefening nodig heeft beschikbaar worden gesteld en doet hiervan mededeling aan de minister. De korpschef draagt er tevens zorg voor dat ambtenaren van politie als bedoeld in artikel 2, onder a, b en c, van de Politiewet 2012de commissie op haar verzoek alle medewerking verlenen bij de uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 2, tweede lid.
3. De commissie neemt kennis van andere documenten voor zover zij deze redelijkerwijs voor haar taakuitoefening nodig heeft.
4. De leden van de commissie zijn bevoegd zich voor het inwinnen van informatie te wenden tot ambtenaren van politie als bedoeld in artikel 2, onder a, b en c, van de Politiewet 2012en andere organisaties en hen te verzoeken die medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 2, tweede lid.
2. De korpschef draagt er zorg voor dat documenten en andere informatie die de commissie redelijkerwijs voor haar taakuitoefening nodig heeft beschikbaar worden gesteld en doet hiervan mededeling aan de minister. De korpschef draagt er tevens zorg voor dat ambtenaren van politie als bedoeld in artikel 2, onder a, b en c, van de Politiewet 2012de commissie op haar verzoek alle medewerking verlenen bij de uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 2, tweede lid.
3. De commissie neemt kennis van andere documenten voor zover zij deze redelijkerwijs voor haar taakuitoefening nodig heeft.
4. De leden van de commissie zijn bevoegd zich voor het inwinnen van informatie te wenden tot ambtenaren van politie als bedoeld in artikel 2, onder a, b en c, van de Politiewet 2012en andere organisaties en hen te verzoeken die medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 2, tweede lid.