BWBR0035213
Geldig vanaf 2014-07-01
Artikel 8
Instellings- en mandaatbesluit College Deskundigheid Financiële Dienstverlening Wft
1. Aan de voorzitter wordt mandaat verleend om namens de Minister:
a. te beslissen op een aanvraag om erkenning als bedoeld in artikel 11a, eerste lid, van het besluit;
b. aan een erkenning als bedoeld in onderdeel a voorschriften of een termijn te verbinden als bedoeld in artikel 11a, derde lid, van het besluit;
c. een erkenning als bedoeld in onderdeel a in te trekken op grond van artikel 11a, vierde lid, van het besluit;
d. voor de leden van het College en andere personen die op basis van werkzaamheden voor het College aanspraak hebben op een vergoeding vaststellen van een vergoeding als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies;
e. een erkenning van beroepskwalificaties aan houders van een door een andere lidstaat of Zwitserland verplicht gestelde beroepskwalificatie met betrekking tot de vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 6 van het besluit, te verlenen als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties;
f. een certificaat als bedoeld in artikel 11, tweede lid, van het besluit, aan houders van een diploma of erkenning die gedurende een bepaalde periode vakinhoudelijk betrokken zijn geweest bij de ontwikkeling van examens met betrekking tot de voor hun beroepskwalificaties relevante eindtermen en toetstermen te verlenen.
2. Het in het eerste lid bedoelde mandaat omvat niet, voor zover van toepassing, het beslissen op bezwaar.
a. te beslissen op een aanvraag om erkenning als bedoeld in artikel 11a, eerste lid, van het besluit;
b. aan een erkenning als bedoeld in onderdeel a voorschriften of een termijn te verbinden als bedoeld in artikel 11a, derde lid, van het besluit;
c. een erkenning als bedoeld in onderdeel a in te trekken op grond van artikel 11a, vierde lid, van het besluit;
d. voor de leden van het College en andere personen die op basis van werkzaamheden voor het College aanspraak hebben op een vergoeding vaststellen van een vergoeding als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies;
e. een erkenning van beroepskwalificaties aan houders van een door een andere lidstaat of Zwitserland verplicht gestelde beroepskwalificatie met betrekking tot de vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 6 van het besluit, te verlenen als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties;
f. een certificaat als bedoeld in artikel 11, tweede lid, van het besluit, aan houders van een diploma of erkenning die gedurende een bepaalde periode vakinhoudelijk betrokken zijn geweest bij de ontwikkeling van examens met betrekking tot de voor hun beroepskwalificaties relevante eindtermen en toetstermen te verlenen.
2. Het in het eerste lid bedoelde mandaat omvat niet, voor zover van toepassing, het beslissen op bezwaar.