BWBR0035159
Geldig vanaf 05-06-2014
Artikel 6
Besluit mandaat, volmacht en machtiging Commissariaat voor de Media 2013
Onverminderd de mogelijkheid van mandatering overeenkomstig artikel 3 zijn de volgende handelingen voorbehouden aan het College:
1. het nemen van besluiten van het Commissariaat voor de Media, waaronder in ieder geval de besluiten: a. tot het vaststellen van de begroting van het Commissariaat voor de Media;
b. tot het vaststellen van het jaarverslag van het Commissariaat voor de Media;
c. tot het toewijzen, intrekken of weigeren van aanwijzingen voor het verzorgen van media-aanbod voor de landelijke, regionale en lokale publieke mediadienst met uitzondering van het intrekken of wijzigen van de aanwijzing op verzoek van de media-instelling;
d. tot het verlenen, intrekken of weigeren van toestemming voor commerciële omroep, met uitzondering van het intrekken of wijzigen van de toestemming op verzoek van de commerciële omroepinstelling;
e. tot het vaststellen, wijzigen en intrekken van beleidsregels;
f. tot het opleggen van een administratieve sanctie dan wel een last onder dwangsom;
g. tot het aanbrengen van wijzigingen in de organisatiestructuur van het Commissariaat voor de Media.
a. tot het vaststellen van de begroting van het Commissariaat voor de Media;
b. tot het vaststellen van het jaarverslag van het Commissariaat voor de Media;
c. tot het toewijzen, intrekken of weigeren van aanwijzingen voor het verzorgen van media-aanbod voor de landelijke, regionale en lokale publieke mediadienst met uitzondering van het intrekken of wijzigen van de aanwijzing op verzoek van de media-instelling;
d. tot het verlenen, intrekken of weigeren van toestemming voor commerciële omroep, met uitzondering van het intrekken of wijzigen van de toestemming op verzoek van de commerciële omroepinstelling;
e. tot het vaststellen, wijzigen en intrekken van beleidsregels;
f. tot het opleggen van een administratieve sanctie dan wel een last onder dwangsom;
g. tot het aanbrengen van wijzigingen in de organisatiestructuur van het Commissariaat voor de Media.
2. het uiten van het voornemen tot oplegging van een administratieve sanctie.
3. de aangelegenheden betreffende: a. de hoofdlijnen van het personeelsbeleid, waaronder begrepen: – het vaststellen van kaders voor het te voeren arbeidsvoorwaardenbeleid;
– het vaststellen van kaders voor het te voeren sociaal beleid;
– het vaststellen van kaders voor het te voeren arbeidsvoorwaardenbeleid;
– het vaststellen van kaders voor het te voeren sociaal beleid;
b. de hoofdlijnen van het algemene communicatiebeleid, waaronder begrepen de bekendmaking van belangrijke (voorgenomen) besluiten en de daarmee verband houdende communicatiestrategieën;
c. de hoofdlijnen van het formatiebeleid;
d. het aanstellen of ontslaan van een ambtenaar, daartoe gerekend het al dan niet verlengen van een tijdelijke aanstelling van deze, en het schorsen van een ambtenaar in geval het betreft de manager van de afdeling Onderzoek en Toegang en/of de afdeling Handhavingsbeleid en -uitvoering.
a. de hoofdlijnen van het personeelsbeleid, waaronder begrepen: – het vaststellen van kaders voor het te voeren arbeidsvoorwaardenbeleid;
– het vaststellen van kaders voor het te voeren sociaal beleid;
– het vaststellen van kaders voor het te voeren arbeidsvoorwaardenbeleid;
– het vaststellen van kaders voor het te voeren sociaal beleid;
b. de hoofdlijnen van het algemene communicatiebeleid, waaronder begrepen de bekendmaking van belangrijke (voorgenomen) besluiten en de daarmee verband houdende communicatiestrategieën;
c. de hoofdlijnen van het formatiebeleid;
d. het aanstellen of ontslaan van een ambtenaar, daartoe gerekend het al dan niet verlengen van een tijdelijke aanstelling van deze, en het schorsen van een ambtenaar in geval het betreft de manager van de afdeling Onderzoek en Toegang en/of de afdeling Handhavingsbeleid en -uitvoering.
4. de afdoening en ondertekening van stukken: a. gericht aan ministers en staatssecretarissen;
b. gericht aan de Eerste en Tweede Kamer;
c. gericht aan de Algemene Rekenkamer;
d. gericht aan de Nationale Ombudsman.
a. gericht aan ministers en staatssecretarissen;
b. gericht aan de Eerste en Tweede Kamer;
c. gericht aan de Algemene Rekenkamer;
d. gericht aan de Nationale Ombudsman.
1. het nemen van besluiten van het Commissariaat voor de Media, waaronder in ieder geval de besluiten: a. tot het vaststellen van de begroting van het Commissariaat voor de Media;
b. tot het vaststellen van het jaarverslag van het Commissariaat voor de Media;
c. tot het toewijzen, intrekken of weigeren van aanwijzingen voor het verzorgen van media-aanbod voor de landelijke, regionale en lokale publieke mediadienst met uitzondering van het intrekken of wijzigen van de aanwijzing op verzoek van de media-instelling;
d. tot het verlenen, intrekken of weigeren van toestemming voor commerciële omroep, met uitzondering van het intrekken of wijzigen van de toestemming op verzoek van de commerciële omroepinstelling;
e. tot het vaststellen, wijzigen en intrekken van beleidsregels;
f. tot het opleggen van een administratieve sanctie dan wel een last onder dwangsom;
g. tot het aanbrengen van wijzigingen in de organisatiestructuur van het Commissariaat voor de Media.
a. tot het vaststellen van de begroting van het Commissariaat voor de Media;
b. tot het vaststellen van het jaarverslag van het Commissariaat voor de Media;
c. tot het toewijzen, intrekken of weigeren van aanwijzingen voor het verzorgen van media-aanbod voor de landelijke, regionale en lokale publieke mediadienst met uitzondering van het intrekken of wijzigen van de aanwijzing op verzoek van de media-instelling;
d. tot het verlenen, intrekken of weigeren van toestemming voor commerciële omroep, met uitzondering van het intrekken of wijzigen van de toestemming op verzoek van de commerciële omroepinstelling;
e. tot het vaststellen, wijzigen en intrekken van beleidsregels;
f. tot het opleggen van een administratieve sanctie dan wel een last onder dwangsom;
g. tot het aanbrengen van wijzigingen in de organisatiestructuur van het Commissariaat voor de Media.
2. het uiten van het voornemen tot oplegging van een administratieve sanctie.
3. de aangelegenheden betreffende: a. de hoofdlijnen van het personeelsbeleid, waaronder begrepen: – het vaststellen van kaders voor het te voeren arbeidsvoorwaardenbeleid;
– het vaststellen van kaders voor het te voeren sociaal beleid;
– het vaststellen van kaders voor het te voeren arbeidsvoorwaardenbeleid;
– het vaststellen van kaders voor het te voeren sociaal beleid;
b. de hoofdlijnen van het algemene communicatiebeleid, waaronder begrepen de bekendmaking van belangrijke (voorgenomen) besluiten en de daarmee verband houdende communicatiestrategieën;
c. de hoofdlijnen van het formatiebeleid;
d. het aanstellen of ontslaan van een ambtenaar, daartoe gerekend het al dan niet verlengen van een tijdelijke aanstelling van deze, en het schorsen van een ambtenaar in geval het betreft de manager van de afdeling Onderzoek en Toegang en/of de afdeling Handhavingsbeleid en -uitvoering.
a. de hoofdlijnen van het personeelsbeleid, waaronder begrepen: – het vaststellen van kaders voor het te voeren arbeidsvoorwaardenbeleid;
– het vaststellen van kaders voor het te voeren sociaal beleid;
– het vaststellen van kaders voor het te voeren arbeidsvoorwaardenbeleid;
– het vaststellen van kaders voor het te voeren sociaal beleid;
b. de hoofdlijnen van het algemene communicatiebeleid, waaronder begrepen de bekendmaking van belangrijke (voorgenomen) besluiten en de daarmee verband houdende communicatiestrategieën;
c. de hoofdlijnen van het formatiebeleid;
d. het aanstellen of ontslaan van een ambtenaar, daartoe gerekend het al dan niet verlengen van een tijdelijke aanstelling van deze, en het schorsen van een ambtenaar in geval het betreft de manager van de afdeling Onderzoek en Toegang en/of de afdeling Handhavingsbeleid en -uitvoering.
4. de afdoening en ondertekening van stukken: a. gericht aan ministers en staatssecretarissen;
b. gericht aan de Eerste en Tweede Kamer;
c. gericht aan de Algemene Rekenkamer;
d. gericht aan de Nationale Ombudsman.
a. gericht aan ministers en staatssecretarissen;
b. gericht aan de Eerste en Tweede Kamer;
c. gericht aan de Algemene Rekenkamer;
d. gericht aan de Nationale Ombudsman.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0035159
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl