BWBR0035123
Geldig vanaf 23-05-2014
Artikel 2
Regeling vertrouwenspersonen integriteit en Klachtencommissie ongewenste omgangsvormen Rijksambtenaren BES
1. De ambtenaar in dienst van de staat die is of wordt geconfronteerd met ongewenste omgangsvormen kan dit melden bij een vertrouwenspersoon of een klacht indienen bij de klachtencommissie.
2. De ambtenaar in dienst van de staat die een op redelijke gronden gebaseerd vermoeden heeft van een misstand, kan dit vermoeden melden bij een vertrouwenspersoon.
3. De gewezen ambtenaar die in dienst is geweest van de staat en een op redelijke gronden gebaseerd vermoeden heeft van een misstand, kan dit vermoeden binnen twee jaar na het einde van zijn dienstverband melden bij een vertrouwenspersoon.
4. Melding van een vermoeden van een misstand laat wettelijke verplichtingen tot het doen van aangifte van strafbare feiten onverlet.
5. De ambtenaar in dienst van de staat die is of wordt geconfronteerd met een intern, jegens hem ingesteld, onderzoek kan zich wenden tot een vertrouwenspersoon.
2. De ambtenaar in dienst van de staat die een op redelijke gronden gebaseerd vermoeden heeft van een misstand, kan dit vermoeden melden bij een vertrouwenspersoon.
3. De gewezen ambtenaar die in dienst is geweest van de staat en een op redelijke gronden gebaseerd vermoeden heeft van een misstand, kan dit vermoeden binnen twee jaar na het einde van zijn dienstverband melden bij een vertrouwenspersoon.
4. Melding van een vermoeden van een misstand laat wettelijke verplichtingen tot het doen van aangifte van strafbare feiten onverlet.
5. De ambtenaar in dienst van de staat die is of wordt geconfronteerd met een intern, jegens hem ingesteld, onderzoek kan zich wenden tot een vertrouwenspersoon.
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0035123
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl