BWBR0035105
Geldig vanaf 2018-04-21
Artikel 9a
Regeling uitstapprogramma’s prostituees II
1. De Minister kan voor het tijdvak van 1 juli 2018 tot 1 juli 2019 subsidie verlenen ten behoeve van uitstapprogramma’s.
2. De artikelen 3, eerste tot en met derde lid, 4, tweede tot en met vierde liden 6 tot en met 9zijn van overeenkomstige toepassing.
3. De Minister kan een aanvraag om subsidie geheel of gedeeltelijk afwijzen indien deze naar zijn oordeel onvoldoende aansluit op eerder op grond van artikel 2gesubsidieerde uitstapprogramma’s.
4. Aanvragen voor het tijdvak van 1 juli 2018 tot 1 juli 2019 kunnen worden ingediend in de periode van 1 april 2018 tot 1 juli 2018. Aanvragen, ingediend na 30 juni 2018, worden niet in behandeling genomen.
5. In afwijking van artikel 4, eerste lidgeeft de Minister voor 1 september 2018 een beschikking op de aanvraag als bedoeld in het eerste lid.
6. Voor de uitvoering van deze regeling is gedurende het tijdvak van 1 juli 2018 tot 1 juli 2019 maximaal € 3.000.000 beschikbaar.
7. Indien de Minister op grond van het eerste lid subsidie verleent aan een ontvanger die reeds subsidie ontvangt op grond van paragraaf 2en die nog geen vaststellingsaanvraag heeft ingediend, kan hij in de beschikking tot subsidieverlening bepalen dat de vaststellingsaanvraag in afwijking van artikel 9, eerste lid, kan worden ingediend na afloop van de duur waarvoor subsidie op grond van deze paragraaf is verleend.
2. De artikelen 3, eerste tot en met derde lid, 4, tweede tot en met vierde liden 6 tot en met 9zijn van overeenkomstige toepassing.
3. De Minister kan een aanvraag om subsidie geheel of gedeeltelijk afwijzen indien deze naar zijn oordeel onvoldoende aansluit op eerder op grond van artikel 2gesubsidieerde uitstapprogramma’s.
4. Aanvragen voor het tijdvak van 1 juli 2018 tot 1 juli 2019 kunnen worden ingediend in de periode van 1 april 2018 tot 1 juli 2018. Aanvragen, ingediend na 30 juni 2018, worden niet in behandeling genomen.
5. In afwijking van artikel 4, eerste lidgeeft de Minister voor 1 september 2018 een beschikking op de aanvraag als bedoeld in het eerste lid.
6. Voor de uitvoering van deze regeling is gedurende het tijdvak van 1 juli 2018 tot 1 juli 2019 maximaal € 3.000.000 beschikbaar.
7. Indien de Minister op grond van het eerste lid subsidie verleent aan een ontvanger die reeds subsidie ontvangt op grond van paragraaf 2en die nog geen vaststellingsaanvraag heeft ingediend, kan hij in de beschikking tot subsidieverlening bepalen dat de vaststellingsaanvraag in afwijking van artikel 9, eerste lid, kan worden ingediend na afloop van de duur waarvoor subsidie op grond van deze paragraaf is verleend.