BWBR0035079
Geldig vanaf 01-05-2014
Artikel 3
Bestuursreglement Zorginstituut Nederland
1. Een lid van de Raad van Bestuur heeft het recht van verschoning indien hij van mening is dat zijn onpartijdigheid bij een bepaalde aangelegenheid in het geding zou kunnen zijn. Indien hij van het recht van verschoning gebruik maakt, doet hij hiervan mededeling aan de voorzitter, dan wel, indien het de voorzitter betreft, de plaatsvervangend voorzitter.
2. Indien de Raad van Bestuur van mening is dat de onpartijdigheid van een lid van de Raad van Bestuur bij een bepaalde aangelegenheid in het geding zou kunnen zijn of de schijn van partijdigheid de taakvervulling van de Raad van Bestuur met betrekking tot die aangelegenheid kan schaden, kan de Raad van Bestuur besluiten een lid van de Raad van Bestuur ongevraagd verschoning te verlenen.
3. Indien het eerste of tweede lid van toepassing is, neemt het betreffende lid van de Raad van Bestuur niet deel aan de behandeling van de besluitvorming over de betreffende aangelegenheid.
2. Indien de Raad van Bestuur van mening is dat de onpartijdigheid van een lid van de Raad van Bestuur bij een bepaalde aangelegenheid in het geding zou kunnen zijn of de schijn van partijdigheid de taakvervulling van de Raad van Bestuur met betrekking tot die aangelegenheid kan schaden, kan de Raad van Bestuur besluiten een lid van de Raad van Bestuur ongevraagd verschoning te verlenen.
3. Indien het eerste of tweede lid van toepassing is, neemt het betreffende lid van de Raad van Bestuur niet deel aan de behandeling van de besluitvorming over de betreffende aangelegenheid.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0035079
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl