BWBR0035057
Geldig vanaf 2014-04-25
Artikel 9
Subsidieregeling pilot tweetalig primair onderwijs
1. Het bevoegd gezag heeft een algemene meldingsplicht op grond van de Regeling OCW-subsidies. Het bevoegd gezag doet onverwijld een melding bij de minister van feiten en omstandigheden die van belang kunnen zijn voor de subsidieverstrekking. Bij de melding worden de stukken overgelegd die betrekking hebben op de gemelde feiten en omstandigheden en wordt de oorzaak van de gemelde feiten en omstandigheden toegelicht.
2. Het bevoegd gezag doet in ieder geval een melding indien het voor het bevoegd gezag aannemelijk is of had moeten zijn dat: a) de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt niet, niet tijdig of niet geheel zijn verricht of zullen worden verricht of;
b) niet, niet tijdig of niet geheel aan de subsidieverplichtingen wordt voldaan of zal worden voldaan.
a) de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt niet, niet tijdig of niet geheel zijn verricht of zullen worden verricht of;
b) niet, niet tijdig of niet geheel aan de subsidieverplichtingen wordt voldaan of zal worden voldaan.
3. Het bevoegd gezag heeft een bijzondere meldingsplicht op grond van de Wet bestuurlijke boete meldingsplichten door ministers verstrekte subsidies. Het bevoegd gezag doet onverwijld melding bij de minister zodra de datum waarop de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt uiterlijk moeten zijn verricht, is verstreken zonder dat de activiteiten geheel zijn verricht. Het niet voldoen aan deze bijzondere meldingsplicht is een overtreding ter zake waarvan door de minister een bestuurlijke boete kan worden opgelegd.
4. Meldingen geschieden schriftelijk onder vermelding van ‘Melding’, aan: DUO, Postbus 606, 2700 ML te Zoetermeer en aan de directeur Primair Onderwijs, Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Postbus 16375, 2500 BJ, Den Haag.
5. Het bevoegd gezag toont aan de hand van een voortgangsrapportage jaarlijks aan dat aan de voorwaarden voor deelname aan de pilot tweetalig primair onderwijs wordt voldaan.
6. De voortgangsrapportage wordt jaarlijks voor 1 juli digitaal ingediend bij het Europees Platform, via tpo@epf.nl.
2. Het bevoegd gezag doet in ieder geval een melding indien het voor het bevoegd gezag aannemelijk is of had moeten zijn dat: a) de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt niet, niet tijdig of niet geheel zijn verricht of zullen worden verricht of;
b) niet, niet tijdig of niet geheel aan de subsidieverplichtingen wordt voldaan of zal worden voldaan.
a) de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt niet, niet tijdig of niet geheel zijn verricht of zullen worden verricht of;
b) niet, niet tijdig of niet geheel aan de subsidieverplichtingen wordt voldaan of zal worden voldaan.
3. Het bevoegd gezag heeft een bijzondere meldingsplicht op grond van de Wet bestuurlijke boete meldingsplichten door ministers verstrekte subsidies. Het bevoegd gezag doet onverwijld melding bij de minister zodra de datum waarop de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt uiterlijk moeten zijn verricht, is verstreken zonder dat de activiteiten geheel zijn verricht. Het niet voldoen aan deze bijzondere meldingsplicht is een overtreding ter zake waarvan door de minister een bestuurlijke boete kan worden opgelegd.
4. Meldingen geschieden schriftelijk onder vermelding van ‘Melding’, aan: DUO, Postbus 606, 2700 ML te Zoetermeer en aan de directeur Primair Onderwijs, Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Postbus 16375, 2500 BJ, Den Haag.
5. Het bevoegd gezag toont aan de hand van een voortgangsrapportage jaarlijks aan dat aan de voorwaarden voor deelname aan de pilot tweetalig primair onderwijs wordt voldaan.
6. De voortgangsrapportage wordt jaarlijks voor 1 juli digitaal ingediend bij het Europees Platform, via tpo@epf.nl.