BWBR0034930
Geldig vanaf 2014-03-13
Artikel 8
Regeling houdende maatregelen in verband met uitbraak laagpathogene Aviaire Influenza in Bruchem
1. De houder van gevogelte, niet zijnde hobbypluimvee of duiven, neemt maatregelen zodat elk contact tussen bezoekers en gevogelte is uitgesloten.
2. Het is de houder, bedoeld in het eerste lid, toegestaan:
a. ambtenaren van politie, huisartsen, ambulancepersoneel, brandweerlieden, psychosociale hulpverleners en andere soortgelijke noodhulpdiensten en hun materieel;
b. monteurs, loonwerkers, dierenartsen en bedrijfsverzorgers met inbegrip van pluimveeservicebedrijven, indien er een acuut gevaar voor de gezondheid van gevogelte aanwezig is en werkzaamheden van deze personen noodzakelijk zijn om deze situatie op te heffen;
c. toezichthouders in de uitoefening van hun functie;
in contact te laten treden met gevogelte, mits de in de onderdelen a, b en c bedoelde personen bij het betreden en het verlaten van een bedrijfsgebouw de nodige hygiënemaatregelen in acht nemen om elk risico van verspreiding van LPAI zo veel mogelijk te beperken en de kleding en het materieel van deze personen bij het betreden en het verlaten van een bedrijfsgebouw is gereinigd en ontsmet om te voorkomen dat besmetting met of verspreiding van LPAI zich voordoet.
2. Het is de houder, bedoeld in het eerste lid, toegestaan:
a. ambtenaren van politie, huisartsen, ambulancepersoneel, brandweerlieden, psychosociale hulpverleners en andere soortgelijke noodhulpdiensten en hun materieel;
b. monteurs, loonwerkers, dierenartsen en bedrijfsverzorgers met inbegrip van pluimveeservicebedrijven, indien er een acuut gevaar voor de gezondheid van gevogelte aanwezig is en werkzaamheden van deze personen noodzakelijk zijn om deze situatie op te heffen;
c. toezichthouders in de uitoefening van hun functie;
in contact te laten treden met gevogelte, mits de in de onderdelen a, b en c bedoelde personen bij het betreden en het verlaten van een bedrijfsgebouw de nodige hygiënemaatregelen in acht nemen om elk risico van verspreiding van LPAI zo veel mogelijk te beperken en de kleding en het materieel van deze personen bij het betreden en het verlaten van een bedrijfsgebouw is gereinigd en ontsmet om te voorkomen dat besmetting met of verspreiding van LPAI zich voordoet.