BWBR0034907
Geldig vanaf 2014-03-21
Artikel 3
Tijdelijke regeling bijstand handhaving luchtruimrestricties NSS
1. Ter handhaving van de luchtruimrestricties NSS is de Master Controller, onder verantwoordelijkheid van de Minister van Veiligheid en Justitie, bevoegd tot het geven van een opdracht aan de in het kader van de militaire bijstand ter beschikking gestelde gevechtsvliegtuigen en -helikopters om:
a. het luchtruim te kiezen;
b. een luchtvaartuig te naderen ten behoeve van de verificatie van informatie over dit luchtvaartuig;
c. (visuele) signalen aan een luchtvaartuig te geven.
2. Voorts is de Master Controller, ter handhaving van de luchtruimrestricties NSS, onder verantwoordelijkheid van de Minister van Veiligheid en Justitie, bevoegd tot het geven van een opdracht aan in militaire bijstand gestelde luchtverdedigingsschepen en afweersystemen op de grond om tot doelaanwijzing over te gaan.
3. De Master Controller informeert terstond de Minister van Veiligheid en Justitie over een opdracht als bedoeld in de vorige leden.
4. De Master Controller informeert na de alarmering van de Minister van Veiligheid en Justitie, terstond de Minister van Defensie.
a. het luchtruim te kiezen;
b. een luchtvaartuig te naderen ten behoeve van de verificatie van informatie over dit luchtvaartuig;
c. (visuele) signalen aan een luchtvaartuig te geven.
2. Voorts is de Master Controller, ter handhaving van de luchtruimrestricties NSS, onder verantwoordelijkheid van de Minister van Veiligheid en Justitie, bevoegd tot het geven van een opdracht aan in militaire bijstand gestelde luchtverdedigingsschepen en afweersystemen op de grond om tot doelaanwijzing over te gaan.
3. De Master Controller informeert terstond de Minister van Veiligheid en Justitie over een opdracht als bedoeld in de vorige leden.
4. De Master Controller informeert na de alarmering van de Minister van Veiligheid en Justitie, terstond de Minister van Defensie.