BWBR0034899
Geldig vanaf 2014-03-13
Artikel 4
Subsidieregeling ondersteuning zelfstandig vertrek
Bij de beoordeling van aanvragen zijn de volgende criteria van toepassing.
1. Een aanvraag bedraagt ten minste EUR 25.000,00 en ten hoogste EUR 300.000,00 per tijdvak van 12 maanden. De looptijd van een activiteit bedraagt ten hoogste 24 maanden.
2. De aanvraag moet inhoudelijk of financieel worden ondersteund door ten minste één gemeente.
3. Voor subsidie komen in aanmerking activiteiten die: a. erop gericht zijn vertrekplichtige vreemdelingen te bewegen tot zelfstandig vertrek uit Nederland;
b. erop gericht zijn vertrekplichtige vreemdelingen voor te bereiden op zelfstandig vertrek uit Nederland;
c. erop gericht zijn vertrekplichtige vreemdelingen perspectief te bieden op herintegratie in het land van herkomst of bestemming na vertrek.
a. erop gericht zijn vertrekplichtige vreemdelingen te bewegen tot zelfstandig vertrek uit Nederland;
b. erop gericht zijn vertrekplichtige vreemdelingen voor te bereiden op zelfstandig vertrek uit Nederland;
c. erop gericht zijn vertrekplichtige vreemdelingen perspectief te bieden op herintegratie in het land van herkomst of bestemming na vertrek.
4. Bovengenoemde activiteiten mogen voor maximaal EUR 1.500,00 per persoon rechtstreeks ten goede komen aan de vreemdeling. Ten hoogste de helft van dit bedrag mag in het land van herkomst of bestemming besteed worden. De geboden ondersteuning is in natura; er kan geen sprake zijn van financiële ondersteuning.
5. Het voorstel voor de activiteit, inclusief de daarbij behorende begroting, is gericht op een kosteneffectieve uitvoering van de activiteit.
6. Het voorstel voor de activiteit ziet op de ondersteuning van het zelfstandig vertrek van vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf in Nederland, met uitzondering van: a. vreemdelingen die een zwaar inreisverbod van meer dan vijf jaar opgelegd hebben gekregen dan wel veroordeeld zijn voor zedenmisdrijven of mensenhandel/mensensmokkel;
b. vreemdelingen die de nationaliteit bezitten van een land opgenomen in het overzicht van landen wier onderdanen niet in aanmerking komen voor vertrek op basis van het REAN-programma;
c. vreemdelingen die deelnemen of hebben deelgenomen aan een project voor ondersteuning in natura bij terugkeer.
a. vreemdelingen die een zwaar inreisverbod van meer dan vijf jaar opgelegd hebben gekregen dan wel veroordeeld zijn voor zedenmisdrijven of mensenhandel/mensensmokkel;
b. vreemdelingen die de nationaliteit bezitten van een land opgenomen in het overzicht van landen wier onderdanen niet in aanmerking komen voor vertrek op basis van het REAN-programma;
c. vreemdelingen die deelnemen of hebben deelgenomen aan een project voor ondersteuning in natura bij terugkeer.
7. Het voorstel voor de activiteit bevat uitgewerkte afspraken over samenwerking en informatie-uitwisseling met de Dienst Terugkeer en Vertrek. Deze afspraken zien in ieder geval op: a. de aanmelding van elke deelnemer aan de activiteit;
b. informatie over de voortgang van de individuele ondersteuning;
c. de melding van vertrek dan wel tussentijdse beëindiging van de ondersteuning.
a. de aanmelding van elke deelnemer aan de activiteit;
b. informatie over de voortgang van de individuele ondersteuning;
c. de melding van vertrek dan wel tussentijdse beëindiging van de ondersteuning.
1. Een aanvraag bedraagt ten minste EUR 25.000,00 en ten hoogste EUR 300.000,00 per tijdvak van 12 maanden. De looptijd van een activiteit bedraagt ten hoogste 24 maanden.
2. De aanvraag moet inhoudelijk of financieel worden ondersteund door ten minste één gemeente.
3. Voor subsidie komen in aanmerking activiteiten die: a. erop gericht zijn vertrekplichtige vreemdelingen te bewegen tot zelfstandig vertrek uit Nederland;
b. erop gericht zijn vertrekplichtige vreemdelingen voor te bereiden op zelfstandig vertrek uit Nederland;
c. erop gericht zijn vertrekplichtige vreemdelingen perspectief te bieden op herintegratie in het land van herkomst of bestemming na vertrek.
a. erop gericht zijn vertrekplichtige vreemdelingen te bewegen tot zelfstandig vertrek uit Nederland;
b. erop gericht zijn vertrekplichtige vreemdelingen voor te bereiden op zelfstandig vertrek uit Nederland;
c. erop gericht zijn vertrekplichtige vreemdelingen perspectief te bieden op herintegratie in het land van herkomst of bestemming na vertrek.
4. Bovengenoemde activiteiten mogen voor maximaal EUR 1.500,00 per persoon rechtstreeks ten goede komen aan de vreemdeling. Ten hoogste de helft van dit bedrag mag in het land van herkomst of bestemming besteed worden. De geboden ondersteuning is in natura; er kan geen sprake zijn van financiële ondersteuning.
5. Het voorstel voor de activiteit, inclusief de daarbij behorende begroting, is gericht op een kosteneffectieve uitvoering van de activiteit.
6. Het voorstel voor de activiteit ziet op de ondersteuning van het zelfstandig vertrek van vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf in Nederland, met uitzondering van: a. vreemdelingen die een zwaar inreisverbod van meer dan vijf jaar opgelegd hebben gekregen dan wel veroordeeld zijn voor zedenmisdrijven of mensenhandel/mensensmokkel;
b. vreemdelingen die de nationaliteit bezitten van een land opgenomen in het overzicht van landen wier onderdanen niet in aanmerking komen voor vertrek op basis van het REAN-programma;
c. vreemdelingen die deelnemen of hebben deelgenomen aan een project voor ondersteuning in natura bij terugkeer.
a. vreemdelingen die een zwaar inreisverbod van meer dan vijf jaar opgelegd hebben gekregen dan wel veroordeeld zijn voor zedenmisdrijven of mensenhandel/mensensmokkel;
b. vreemdelingen die de nationaliteit bezitten van een land opgenomen in het overzicht van landen wier onderdanen niet in aanmerking komen voor vertrek op basis van het REAN-programma;
c. vreemdelingen die deelnemen of hebben deelgenomen aan een project voor ondersteuning in natura bij terugkeer.
7. Het voorstel voor de activiteit bevat uitgewerkte afspraken over samenwerking en informatie-uitwisseling met de Dienst Terugkeer en Vertrek. Deze afspraken zien in ieder geval op: a. de aanmelding van elke deelnemer aan de activiteit;
b. informatie over de voortgang van de individuele ondersteuning;
c. de melding van vertrek dan wel tussentijdse beëindiging van de ondersteuning.
a. de aanmelding van elke deelnemer aan de activiteit;
b. informatie over de voortgang van de individuele ondersteuning;
c. de melding van vertrek dan wel tussentijdse beëindiging van de ondersteuning.