BWBR0034872
Geldig vanaf 2019-11-21
Artikel 6
Warenwetregeling levende tweekleppige weekdieren
1. Onze Minister kan tijdelijk:
a. de benaming, ligging en grenzen van de productiegebieden, bedoeld in artikel 2, eerste lid, vaststellen, intrekken of wijzigen;
b. de aanwijzing van de soorten tweekleppige weekdieren, bedoeld in artikel 2, tweede lid, vaststellen, intrekken of wijzigen;
c. de classificatie van de productiegebieden, bedoeld in artikel 2, tweede lid, vaststellen, intrekken of wijzigen;
d. de aanwijzing en erkenning van de verwatergebieden, bedoeld in artikel 3 vaststellen, intrekken of wijzigen;
e. heruitzettingsgebieden, bedoeld in artikel 4, aanwijzen en erkennen, met inachtneming van een minimumafstand van 300 meter tussen heruitzettingsgebieden onderling en tussen heruitzettingsgebieden en productiegebieden, en deze aanwijzing of erkenning intrekken of wijzigen;
f. een productie- of heruitzettingsgebied sluiten voor het verzamelen van levende tweekleppige weekdieren; en
g. bijzondere voorwaarden stellen en specifieke maatregelen treffen voor de productiegebieden, de verwatergebieden en de heruitzettingsgebieden, bedoeld in de artikelen 2, 3 en 4, teneinde te voorkomen dat er tweekleppige weekdieren worden opgevist en in de handel gebracht die niet voldoen aan de wettelijke eisen en voorschriften voor rechtstreekse menselijke consumptie.
2. Elke tijdelijke maatregel wordt door Onze Minister onverwijld aan de bij hen bekende betrokken ondernemers en overige belanghebbenden gemeld of op de website van de NVWA gepubliceerd.
a. de benaming, ligging en grenzen van de productiegebieden, bedoeld in artikel 2, eerste lid, vaststellen, intrekken of wijzigen;
b. de aanwijzing van de soorten tweekleppige weekdieren, bedoeld in artikel 2, tweede lid, vaststellen, intrekken of wijzigen;
c. de classificatie van de productiegebieden, bedoeld in artikel 2, tweede lid, vaststellen, intrekken of wijzigen;
d. de aanwijzing en erkenning van de verwatergebieden, bedoeld in artikel 3 vaststellen, intrekken of wijzigen;
e. heruitzettingsgebieden, bedoeld in artikel 4, aanwijzen en erkennen, met inachtneming van een minimumafstand van 300 meter tussen heruitzettingsgebieden onderling en tussen heruitzettingsgebieden en productiegebieden, en deze aanwijzing of erkenning intrekken of wijzigen;
f. een productie- of heruitzettingsgebied sluiten voor het verzamelen van levende tweekleppige weekdieren; en
g. bijzondere voorwaarden stellen en specifieke maatregelen treffen voor de productiegebieden, de verwatergebieden en de heruitzettingsgebieden, bedoeld in de artikelen 2, 3 en 4, teneinde te voorkomen dat er tweekleppige weekdieren worden opgevist en in de handel gebracht die niet voldoen aan de wettelijke eisen en voorschriften voor rechtstreekse menselijke consumptie.
2. Elke tijdelijke maatregel wordt door Onze Minister onverwijld aan de bij hen bekende betrokken ondernemers en overige belanghebbenden gemeld of op de website van de NVWA gepubliceerd.