BWBR0034856
Geldig vanaf 2014-02-28
Artikel 10
Subsidieregeling EGF 2014–2020
1. Uiterlijk zes weken na afloop van het project dient de aanvrager bij de minister een verzoek in tot vaststelling van de subsidie. Dit verzoek bestaat uit een eindverslag over de uitvoering van de projectactiviteiten en een einddeclaratie van de kosten.
2. Indien de minister tot het oordeel komt dat bepaalde kosten in de einddeclaratie van de aanvrager niet subsidiabel zijn onder de gestelde voorwaarden van de verordening deelt hij dit aan de aanvrager mee met het verzoek de einddeclaratie op dit punt te wijzigen.
3. Uiterlijk zes maanden na afloop van het project levert de minister, na controles door de managementautoriteit, de auditautoriteit en de certificeringsautoriteit, aan de Europese Commissie het eindverslag in samen met de einddeclaratie waarin de uitgaven worden verantwoord conform de in de verordening gestelde eisen.
4. De minister stelt de aanvrager zo snel mogelijk op de hoogte van de definitieve beslissing van de Europese Commissie waarin de financiële bijdrage van het EGF wordt afgesloten, en stelt, met inachtneming van het oordeel van de Commissie, de subsidie vast.
2. Indien de minister tot het oordeel komt dat bepaalde kosten in de einddeclaratie van de aanvrager niet subsidiabel zijn onder de gestelde voorwaarden van de verordening deelt hij dit aan de aanvrager mee met het verzoek de einddeclaratie op dit punt te wijzigen.
3. Uiterlijk zes maanden na afloop van het project levert de minister, na controles door de managementautoriteit, de auditautoriteit en de certificeringsautoriteit, aan de Europese Commissie het eindverslag in samen met de einddeclaratie waarin de uitgaven worden verantwoord conform de in de verordening gestelde eisen.
4. De minister stelt de aanvrager zo snel mogelijk op de hoogte van de definitieve beslissing van de Europese Commissie waarin de financiële bijdrage van het EGF wordt afgesloten, en stelt, met inachtneming van het oordeel van de Commissie, de subsidie vast.