BWBR0034838
Geldig vanaf 2014-02-20
Artikel 3
Vrijstellingsregeling bovengronds aanwenden 2014
Aan de in artikel 2bedoelde vrijstelling zijn de volgende voorwaarden verbonden:
a. In het jaar 2013: 1°. bestond minimaal 85 procent van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond uit grasland;
2°. bedroeg de kunstmestgift op het bedrijf minder dan 100 kilogram stikstof per hectare grasland;
3°. was het stikstofoverschot op het bedrijf maximaal 125 kilogram stikstof per hectare;
4°. was de melkproductie van het bedrijf niet hoger dan 14.000 kilogram per hectare, indien de op het bedrijf geproduceerde mest niet volledig kon worden geplaatst op het eigen bedrijf;
5°. was het gemiddelde gewogen ureumgetal van de op het bedrijf tussen 1 januari en 1 mei en tussen 1 november en 1 januari geproduceerde melk lager dan 21 milligram per 100 gram melk;
6°. werd het melkvee op het bedrijf minimaal 150 dagen per kalenderjaar minimaal 6 uur per dag geweid.
1°. bestond minimaal 85 procent van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond uit grasland;
2°. bedroeg de kunstmestgift op het bedrijf minder dan 100 kilogram stikstof per hectare grasland;
3°. was het stikstofoverschot op het bedrijf maximaal 125 kilogram stikstof per hectare;
4°. was de melkproductie van het bedrijf niet hoger dan 14.000 kilogram per hectare, indien de op het bedrijf geproduceerde mest niet volledig kon worden geplaatst op het eigen bedrijf;
5°. was het gemiddelde gewogen ureumgetal van de op het bedrijf tussen 1 januari en 1 mei en tussen 1 november en 1 januari geproduceerde melk lager dan 21 milligram per 100 gram melk;
6°. werd het melkvee op het bedrijf minimaal 150 dagen per kalenderjaar minimaal 6 uur per dag geweid.
b. Uiterlijk 7 dagen voordat van de vrijstelling gebruik gemaakt wordt, meldt de landbouwer het bedrijf voor de toepassing van artikel 2 aan bij RVO.nl waarmee de landbouwer verklaart te voldoen aan de onder a genoemde voorwaarden.
c. De landbouwer bewaart de stukken waarmee aannemelijk kan worden gemaakt dat aan de onder a genoemde voorwaarden is voldaan, en een afschrift van de melding, als onderdeel van de administratie, bedoeld in artikel 32 van het besluit.
a. In het jaar 2013: 1°. bestond minimaal 85 procent van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond uit grasland;
2°. bedroeg de kunstmestgift op het bedrijf minder dan 100 kilogram stikstof per hectare grasland;
3°. was het stikstofoverschot op het bedrijf maximaal 125 kilogram stikstof per hectare;
4°. was de melkproductie van het bedrijf niet hoger dan 14.000 kilogram per hectare, indien de op het bedrijf geproduceerde mest niet volledig kon worden geplaatst op het eigen bedrijf;
5°. was het gemiddelde gewogen ureumgetal van de op het bedrijf tussen 1 januari en 1 mei en tussen 1 november en 1 januari geproduceerde melk lager dan 21 milligram per 100 gram melk;
6°. werd het melkvee op het bedrijf minimaal 150 dagen per kalenderjaar minimaal 6 uur per dag geweid.
1°. bestond minimaal 85 procent van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond uit grasland;
2°. bedroeg de kunstmestgift op het bedrijf minder dan 100 kilogram stikstof per hectare grasland;
3°. was het stikstofoverschot op het bedrijf maximaal 125 kilogram stikstof per hectare;
4°. was de melkproductie van het bedrijf niet hoger dan 14.000 kilogram per hectare, indien de op het bedrijf geproduceerde mest niet volledig kon worden geplaatst op het eigen bedrijf;
5°. was het gemiddelde gewogen ureumgetal van de op het bedrijf tussen 1 januari en 1 mei en tussen 1 november en 1 januari geproduceerde melk lager dan 21 milligram per 100 gram melk;
6°. werd het melkvee op het bedrijf minimaal 150 dagen per kalenderjaar minimaal 6 uur per dag geweid.
b. Uiterlijk 7 dagen voordat van de vrijstelling gebruik gemaakt wordt, meldt de landbouwer het bedrijf voor de toepassing van artikel 2 aan bij RVO.nl waarmee de landbouwer verklaart te voldoen aan de onder a genoemde voorwaarden.
c. De landbouwer bewaart de stukken waarmee aannemelijk kan worden gemaakt dat aan de onder a genoemde voorwaarden is voldaan, en een afschrift van de melding, als onderdeel van de administratie, bedoeld in artikel 32 van het besluit.